Twee tegelijk verkochte motorboten waren geen algemeenheid van goederen
Een verhuurder van twee motorjachten was ondernemer voor de omzetbelasting. In 1996 verkocht hij beide jachten. Volgens de opgemaakte koopovereenkomst was wegens de levering omzetbelasting verschuldigd die niet in de koopsom was begrepen. De opgemaakte factuur vermeldde een bedrag aan omzetbelasting dat door de verkoper niet op aangifte werd voldaan. Vervolgens maakte de verkoper op verzoek van de koper een tweede factuur op zonder vermelding van omzetbelasting. In de akte van levering werd een beroep gedaan op de bepaling in de wet voor de levering van een algemeenheid van goederen. Een dergelijke levering vindt plaats zonder heffing van omzetbelasting. De koper bracht de op de eerste factuur in rekening gebrachte omzetbelasting als voorbelasting in aftrek. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op met een boete van 50 % van de nageheven belasting.Na bezwaar werd de boete teruggebracht tot nihil. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden was bij de levering van de motorkruisers omzetbelasting verschuldigd. De eerste factuur was correct. De tweede factuur was geen creditfactuur, maar was in strijd met de koopovereenkomst opgemaakt dat enkel diende om de transactieprijs voor de koper te drukken. De omzetbelasting wordt volgens de wet geheven van de ondernemer die de levering heeft verricht. Dat betekende dat de inspecteur terecht had nageheven. Het Hof vond niet voor twijfel vatbaar dat de twee afzonderlijk te gebruiken of te exploiteren motorkruisers niet een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen vormden. Tussen beide schepen bestond geen ander verband dan dat zij bij één akte waren verkocht en geleverd. Er was niet meer overgedragen dan twee vermogensbestanddelen; met name was er van overname van lopende verplichtingen of overdracht van handelsnaam of klantenbestand geen sprake.
Een verhuurder van twee motorjachten was ondernemer voor de omzetbelasting. In 1996 verkocht hij beide jachten. Volgens de opgemaakte koopovereenkomst was wegens de levering omzetbelasting verschuldigd die niet in de koopsom was begrepen. De opgemaakte factuur vermeldde een bedrag aan omzetbelasting dat door de verkoper niet op aangifte werd voldaan. Vervolgens maakte de verkoper op verzoek van de koper een tweede factuur op zonder vermelding van omzetbelasting. In de akte van levering werd een beroep gedaan op de bepaling in de wet voor de levering van een algemeenheid van goederen. Een dergelijke levering vindt plaats zonder heffing van omzetbelasting. De koper bracht de op de eerste factuur in rekening gebrachte omzetbelasting als voorbelasting in aftrek. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op met een boete van 50 % van de nageheven belasting.Na bezwaar werd de boete teruggebracht tot nihil. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden was bij de levering van de motorkruisers omzetbelasting verschuldigd. De eerste factuur was correct. De tweede factuur was geen creditfactuur, maar was in strijd met de koopovereenkomst opgemaakt dat enkel diende om de transactieprijs voor de koper te drukken. De omzetbelasting wordt volgens de wet geheven van de ondernemer die de levering heeft verricht. Dat betekende dat de inspecteur terecht had nageheven. Het Hof vond niet voor twijfel vatbaar dat de twee afzonderlijk te gebruiken of te exploiteren motorkruisers niet een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen vormden. Tussen beide schepen bestond geen ander verband dan dat zij bij één akte waren verkocht en geleverd. Er was niet meer overgedragen dan twee vermogensbestanddelen; met name was er van overname van lopende verplichtingen of overdracht van handelsnaam of klantenbestand geen sprake.