Twee aanslagbiljetten voor één aanslag
Volgens de wettelijke systematiek wordt de heffing van inkomstenbelasting normaliter afgerond door het opleggen van een aanslag. De inspecteur heeft de bevoegdheid om gebleken fouten te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. Soms wordt in de praktijk van de wettelijke systematiek afgeweken.
De inspecteur legde aan een belastingplichtige over het jaar 2000 zowel op 16 juli 2003 als op 31 juli 2003 een aanslag op. Vervolgens stuurde de inspecteur een brief aan de belastingplichtige waarin hij uitlegde dat de aanslag van 31 juli de juiste was. Het verschil tussen beide aanslagen bestond uitsluitend uit een bij de tweede aanslag opgelegde boete. De inspecteur verzocht de belastingplichtige om de aanslag van 16 juli als niet verzonden te beschouwen. Er volgde een procedure waarin de vraag aan de orde was of de aanslag van 16 juli nietig was of vernietigd was. Volgens het Hof was de aanslag volgens de wettelijke voorschriften opgelegd en dus rechtsgeldig. De brief van de inspecteur hield geen vernietiging van deze aanslag in. De belastingplichtige ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad wilde de inspecteur alleen maar voorkomen dat hij de mogelijkheid om een boete op te leggen verspeelde. De inspecteur heeft de eerste aanslag niet vernietigd.
Volgens de wettelijke systematiek wordt de heffing van inkomstenbelasting normaliter afgerond door het opleggen van een aanslag. De inspecteur heeft de bevoegdheid om gebleken fouten te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. Soms wordt in de praktijk van de wettelijke systematiek afgeweken.
De inspecteur legde aan een belastingplichtige over het jaar 2000 zowel op 16 juli 2003 als op 31 juli 2003 een aanslag op. Vervolgens stuurde de inspecteur een brief aan de belastingplichtige waarin hij uitlegde dat de aanslag van 31 juli de juiste was. Het verschil tussen beide aanslagen bestond uitsluitend uit een bij de tweede aanslag opgelegde boete. De inspecteur verzocht de belastingplichtige om de aanslag van 16 juli als niet verzonden te beschouwen. Er volgde een procedure waarin de vraag aan de orde was of de aanslag van 16 juli nietig was of vernietigd was. Volgens het Hof was de aanslag volgens de wettelijke voorschriften opgelegd en dus rechtsgeldig. De brief van de inspecteur hield geen vernietiging van deze aanslag in. De belastingplichtige ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad wilde de inspecteur alleen maar voorkomen dat hij de mogelijkheid om een boete op te leggen verspeelde. De inspecteur heeft de eerste aanslag niet vernietigd.