TV-presentator was in loondienst bij omroep
Hof Amsterdam was van oordeel dat een TV-presentator in loondienst werkzaam was bij een omroep. De omroep had een overeenkomst gesloten met de BV van de presentator. Volgens die overeenkomst moest de BV voor de werkzaamheden ten behoeve van de omroep "een deskundige medewerker" ter beschikking stellen. Het Hof was echter van oordeel dat de presentator verplicht was om de bedongen arbeid persoonlijk te verrichten. Verder stelde het Hof vast dat de presentator deel uitmaakte van een door de omroep gevormd redactieteam. Het redactieteam als geheel bepaalde welke onderwerpen in de uitzending aan de orde kwamen. Daarin zag het Hof een aanwijzing voor een gezagsverhouding. De omroep kon daarnaast bepalen welke andere werkzaamheden de presentator moest verrichten. Ook dat wees op het bestaan van een gezagsverhouding.De samenwerkingsovereenkomst was aangegaan voor tien jaar. Er was een vaste jaarlijkse beloning overeengekomen, onafhankelijk van de mate waarin van de diensten van de presentator gebruik zou worden gemaakt. Dat wees volgens het Hof veel meer op een arbeidsovereenkomst dan op een overeenkomst van opdracht. Naar het oordeel van de Hoge Raad had het Hof op goede gronden het bestaan van een dienstbetrekking geconstateerd. Niet van belang was dat partijen niet de bedoeling hadden om een arbeidsovereenkomst te sluiten. Het Hof moest namelijk beoordelen of de overeenkomst al dan niet voldeed aan de wettelijke omschrijving van een arbeidsovereenkomst.
Hof Amsterdam was van oordeel dat een TV-presentator in loondienst werkzaam was bij een omroep. De omroep had een overeenkomst gesloten met de BV van de presentator. Volgens die overeenkomst moest de BV voor de werkzaamheden ten behoeve van de omroep "een deskundige medewerker" ter beschikking stellen. Het Hof was echter van oordeel dat de presentator verplicht was om de bedongen arbeid persoonlijk te verrichten. Verder stelde het Hof vast dat de presentator deel uitmaakte van een door de omroep gevormd redactieteam. Het redactieteam als geheel bepaalde welke onderwerpen in de uitzending aan de orde kwamen. Daarin zag het Hof een aanwijzing voor een gezagsverhouding. De omroep kon daarnaast bepalen welke andere werkzaamheden de presentator moest verrichten. Ook dat wees op het bestaan van een gezagsverhouding.De samenwerkingsovereenkomst was aangegaan voor tien jaar. Er was een vaste jaarlijkse beloning overeengekomen, onafhankelijk van de mate waarin van de diensten van de presentator gebruik zou worden gemaakt. Dat wees volgens het Hof veel meer op een arbeidsovereenkomst dan op een overeenkomst van opdracht. Naar het oordeel van de Hoge Raad had het Hof op goede gronden het bestaan van een dienstbetrekking geconstateerd. Niet van belang was dat partijen niet de bedoeling hadden om een arbeidsovereenkomst te sluiten. Het Hof moest namelijk beoordelen of de overeenkomst al dan niet voldeed aan de wettelijke omschrijving van een arbeidsovereenkomst.