Toevoeging pensioenvoorziening na overname verplichtingen
Een BV had aan twee werknemers die tevens aandeelhouder waren van de BV pensioenaanspraken toegekend. Deze pensioenaanspraken waren ondergebracht bij een stichting. De BV betaalde jaarlijks pensioenpremie aan de stichting. Met ingang van 1 januari 1992 is de verdere pensioenopbouw bij de stichting gestopt en vormde de BV een pensioenvoorziening in eigen beheer. De stichting verhoogde de gevormde pensioenvoorziening jaarlijks met 7,5%, bestaande uit 4% rente en 3,5% indexatie. Per 31 december 2002 bedroeg de pensioenvoorziening € 595.000. Eind 2003 nam de BV de pensioenverplichting over van de stichting. De stichting betaalde hiervoor een bedrag van € 402.513 aan de BV. De BV wilde het verschil tussen de waarde van de overgenomen pensioenverplichtingen en het van de stichting ontvangen bedrag ten laste van haar fiscale resultaat over 2003 brengen. De totale toevoeging aan de pensioenvoorziening zou in dat jaar € 246.230 bedragen. De inspecteur accepteerde een dotatie van € 160.686. De rechtbank stond verdere dotatie niet toe. De rechtbank accepteerde wel de door de BV berekende pensioenvoorziening per 31 december 2003, maar niet de door de BV berekende toevoeging daaraan. Volgens de rechtbank had de BV bij de bepaling van de toevoeging aan de pensioenvoorziening geen rekening moeten houden met het van de stichting ontvangen bedrag maar met de hoogte van de door de BV van de stichting overgenomen verplichting. De aldus berekende toevoeging was lager dan eerder door de inspecteur was geaccepteerd.
Een BV had aan twee werknemers die tevens aandeelhouder waren van de BV pensioenaanspraken toegekend. Deze pensioenaanspraken waren ondergebracht bij een stichting. De BV betaalde jaarlijks pensioenpremie aan de stichting. Met ingang van 1 januari 1992 is de verdere pensioenopbouw bij de stichting gestopt en vormde de BV een pensioenvoorziening in eigen beheer. De stichting verhoogde de gevormde pensioenvoorziening jaarlijks met 7,5%, bestaande uit 4% rente en 3,5% indexatie. Per 31 december 2002 bedroeg de pensioenvoorziening € 595.000. Eind 2003 nam de BV de pensioenverplichting over van de stichting. De stichting betaalde hiervoor een bedrag van € 402.513 aan de BV. De BV wilde het verschil tussen de waarde van de overgenomen pensioenverplichtingen en het van de stichting ontvangen bedrag ten laste van haar fiscale resultaat over 2003 brengen. De totale toevoeging aan de pensioenvoorziening zou in dat jaar € 246.230 bedragen. De inspecteur accepteerde een dotatie van € 160.686. De rechtbank stond verdere dotatie niet toe. De rechtbank accepteerde wel de door de BV berekende pensioenvoorziening per 31 december 2003, maar niet de door de BV berekende toevoeging daaraan. Volgens de rechtbank had de BV bij de bepaling van de toevoeging aan de pensioenvoorziening geen rekening moeten houden met het van de stichting ontvangen bedrag maar met de hoogte van de door de BV van de stichting overgenomen verplichting. De aldus berekende toevoeging was lager dan eerder door de inspecteur was geaccepteerd.