Toestanddatum niet vermeld op WOZ-beschikking
Op een WOZ-beschikking stond als tijdvak vermeld 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 en als waardepeildatum 1 januari 2003. De waardebepaling van de woning waarop deze beschikking betrekking had vond echter plaats naar de staat op 1 januari 2005 omdat de woning op 1 januari 2003 nog in aanbouw was. Deze afwijkende datum stond niet op de beschikking. Volgens de rechtbank had dat tot gevolg dat de waarde moest worden bepaald naar de staat waarin de zaak op de waardepeildatum verkeerde. Hof Amsterdam volgde de rechtbank niet in dat oordeel. Van rechtswege volgt uit de feiten of de staat van de woning op de waardepeildatum of bij het begin van het WOZ-tijdvak in aanmerking moet worden genomen. Als de heffingsambtenaar van de gemeente geen duidelijkheid verschaft over de gehanteerde toestanddatum kan sprake zijn van een motiveringsgebrek. Ondanks zo’n motiveringsgebrek liet het Hof de uitspraak op bezwaar in stand omdat de belanghebbende niet was benadeeld. Wel veroordeelde het Hof de gemeente vanwege dit motiveringsgebrek tot vergoeding van de proceskosten van de belanghebbende in hoger beroep, ondanks dat het Hof het hoger beroep van de gemeente gegrond verklaarde.
Op een WOZ-beschikking stond als tijdvak vermeld 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 en als waardepeildatum 1 januari 2003. De waardebepaling van de woning waarop deze beschikking betrekking had vond echter plaats naar de staat op 1 januari 2005 omdat de woning op 1 januari 2003 nog in aanbouw was. Deze afwijkende datum stond niet op de beschikking. Volgens de rechtbank had dat tot gevolg dat de waarde moest worden bepaald naar de staat waarin de zaak op de waardepeildatum verkeerde. Hof Amsterdam volgde de rechtbank niet in dat oordeel. Van rechtswege volgt uit de feiten of de staat van de woning op de waardepeildatum of bij het begin van het WOZ-tijdvak in aanmerking moet worden genomen. Als de heffingsambtenaar van de gemeente geen duidelijkheid verschaft over de gehanteerde toestanddatum kan sprake zijn van een motiveringsgebrek. Ondanks zo’n motiveringsgebrek liet het Hof de uitspraak op bezwaar in stand omdat de belanghebbende niet was benadeeld. Wel veroordeelde het Hof de gemeente vanwege dit motiveringsgebrek tot vergoeding van de proceskosten van de belanghebbende in hoger beroep, ondanks dat het Hof het hoger beroep van de gemeente gegrond verklaarde.