Toerekening schulden aan overige werkzaamheden
In een vraag- en antwoordbesluit heeft de staatssecretaris van Financiën een toelichting gegeven op de etikettering van schulden die zijn aangegaan ter financiering van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Een DGA gaat een lening aan bij een bank. Het opgenomen bedrag leent hij door aan zijn BV op zakelijke voorwaarden. De lening aan de BV en de schuld aan de bank vallen onder de terbeschikkingstellingsregeling. Aflossing door de BV op de lening zonder overeenkomstige aflossing van de bankschuld heeft tot gevolg dat de schuld aan de bank gedeeltelijk naar box 3 gaat. Wanneer de rente over de schuld aan de bank niet wordt betaald maar wordt bijgeschreven valt het gedeelte van de schuld dat betrekking heeft op de bijgeschreven rente in box 3, omdat het niet is ontstaan ter financiering van de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Heeft de DGA naast de lening aan de BV ook nog een rekening-courantverhouding met de BV dan valt ook bij een rekening-courantschuld van de DGA de hele bankschuld onder de terbeschikkingstellingsregeling. De rekening-courantschuld aan de BV valt volgens de staatssecretaris niet in box 1 maar in box 3. Wanneer een aflossing door de BV op de lening van de DGA wordt verwerkt in de rekening-courant kan dit gevolgen hebben voor de kwalificatie van de schuld aan de bank. Voor zover er een rekening-courantschuld bestond aan de BV viel deze immers in box 3. Het gedeelte van de bankschuld dat correspondeert met het deel van de aflossing van de lening van de DGA dat de negatieve rekening-courant compenseert gaat naar box 3.Voorbeeld:Een DGA leent € 100.000 van de bank. Hij leent dit bedrag door aan zijn BV. In een volgend jaar lost de BV € 5.000 af op de lening. De aflossing wordt verrekend in rekening courant. De bankschuld blijft in stand. De rekening-courantstand vóór verrekening van de aflossing was € 1.000 negatief.Na aflossing heeft de DGA de volgende balans:ROW balansGeldlening € 95.000 Bankschuld (geldlening) € 95.000Rekening-courant€ 4.000 Bankschuld (rek. crt.) € 4.000Het totaal van de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen is € 99.000. Dat betekent dat de bankschuld slechts voor dat bedrag in box 1 is opgenomen. Het restant van € 1.000 valt in box 3.Een ondernemer financierde zijn inkoop in een maatschap met een geldlening van € 500.000. Enkele jaren later brengt hij zijn maatschapsaandeel voor € 400.000 in een BV in. De bankschuld brengt hij niet in. Als tegenprestatie krijgt de ondernemer de aandelen in de BV van € 40.000, een stamrecht van € 60.000 en een vordering op de BV van € 300.000. De bankschuld wordt als volgt toegerekend:€ 40.000 valt in box 2 omdat dit bedrag staat tegenover de verkregen aanmerkelijk belangaandelen. De rentekosten zijn aftrekbaar in box 2. Het stamrecht valt in box 3; het daarmee corresponderende deel van de schuld van € 60.000 valt eveneens in box 3. De rente is niet aftrekbaar. Voor zover de bankschuld tegenover de vordering op de BV van € 300.000 staat valt de schuld in box 1 omdat de vordering op de BV onder de terbeschikkingstellingsregeling valt. Het deel van de bankschuld dat de verkrijgingsprijs van de vermogensbestanddelen overschrijdt (€ 100.000) valt in box 3; de rente is derhalve voor dat deel niet aftrekbaar.
In een vraag- en antwoordbesluit heeft de staatssecretaris van Financiën een toelichting gegeven op de etikettering van schulden die zijn aangegaan ter financiering van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Een DGA gaat een lening aan bij een bank. Het opgenomen bedrag leent hij door aan zijn BV op zakelijke voorwaarden. De lening aan de BV en de schuld aan de bank vallen onder de terbeschikkingstellingsregeling. Aflossing door de BV op de lening zonder overeenkomstige aflossing van de bankschuld heeft tot gevolg dat de schuld aan de bank gedeeltelijk naar box 3 gaat. Wanneer de rente over de schuld aan de bank niet wordt betaald maar wordt bijgeschreven valt het gedeelte van de schuld dat betrekking heeft op de bijgeschreven rente in box 3, omdat het niet is ontstaan ter financiering van de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Heeft de DGA naast de lening aan de BV ook nog een rekening-courantverhouding met de BV dan valt ook bij een rekening-courantschuld van de DGA de hele bankschuld onder de terbeschikkingstellingsregeling. De rekening-courantschuld aan de BV valt volgens de staatssecretaris niet in box 1 maar in box 3. Wanneer een aflossing door de BV op de lening van de DGA wordt verwerkt in de rekening-courant kan dit gevolgen hebben voor de kwalificatie van de schuld aan de bank. Voor zover er een rekening-courantschuld bestond aan de BV viel deze immers in box 3. Het gedeelte van de bankschuld dat correspondeert met het deel van de aflossing van de lening van de DGA dat de negatieve rekening-courant compenseert gaat naar box 3.Voorbeeld:Een DGA leent € 100.000 van de bank. Hij leent dit bedrag door aan zijn BV. In een volgend jaar lost de BV € 5.000 af op de lening. De aflossing wordt verrekend in rekening courant. De bankschuld blijft in stand. De rekening-courantstand vóór verrekening van de aflossing was € 1.000 negatief.Na aflossing heeft de DGA de volgende balans:ROW balansGeldlening € 95.000 Bankschuld (geldlening) € 95.000Rekening-courant€ 4.000 Bankschuld (rek. crt.) € 4.000Het totaal van de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen is € 99.000. Dat betekent dat de bankschuld slechts voor dat bedrag in box 1 is opgenomen. Het restant van € 1.000 valt in box 3.Een ondernemer financierde zijn inkoop in een maatschap met een geldlening van € 500.000. Enkele jaren later brengt hij zijn maatschapsaandeel voor € 400.000 in een BV in. De bankschuld brengt hij niet in. Als tegenprestatie krijgt de ondernemer de aandelen in de BV van € 40.000, een stamrecht van € 60.000 en een vordering op de BV van € 300.000. De bankschuld wordt als volgt toegerekend:€ 40.000 valt in box 2 omdat dit bedrag staat tegenover de verkregen aanmerkelijk belangaandelen. De rentekosten zijn aftrekbaar in box 2. Het stamrecht valt in box 3; het daarmee corresponderende deel van de schuld van € 60.000 valt eveneens in box 3. De rente is niet aftrekbaar. Voor zover de bankschuld tegenover de vordering op de BV van € 300.000 staat valt de schuld in box 1 omdat de vordering op de BV onder de terbeschikkingstellingsregeling valt. Het deel van de bankschuld dat de verkrijgingsprijs van de vermogensbestanddelen overschrijdt (€ 100.000) valt in box 3; de rente is derhalve voor dat deel niet aftrekbaar.