Toepassing tarief niet-woningen door aard pand

De gemeentelijke onroerende zaakbelasting kent verschillende tarieven voor woningen en voor niet-woningen. Het tarief voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen is meestal hoger dan het tarief voor woningen. In een procedure voor Hof Den Bosch was in geschil of de heffingsambtenaar terecht het tarief voor niet-woningen had gehanteerd in een aanslag die betrekking had op een woning met een bedrijfshal. De oppervlakte van de bedrijfshal bedroeg 300 m2. Slechts een klein, afgescheiden deel van 36 m2 was in gebruik als werkplaats voor bedrijfsmatige activiteiten. De rest van de hal werd gebruikt als garage en berging en als magazijn. De rechtbank was eerder van oordeel dat het tarief voor woningen gebruikt moest worden. Voor een onroerende zaak als geheel wordt één tarief gehanteerd. De vraag welk tarief moet worden gehanteerd wordt beoordeeld aan de hand van de waardeverdeling tussen het woninggedeelte en het bedrijfsgedeelte binnen het object. Als de waarde van het totaal voor meer dan 70% wordt bepaald door het woninggedeelte geldt het gehele object als woning. Op basis van het feitelijke gebruik van de hal oordeelde het Hof dat de hal niet diende als woning en niet volledig dienstbaar was aan woondoeleinden. De totale waarde van het object bedroeg € 488.500. Daarvan had € 313.350 betrekking op de hal. Hieruit volgde dat de onroerende zaak niet in hoofdzaak als woning diende en dus terecht het tarief voor niet-woningen was toegepast.
De gemeentelijke onroerende zaakbelasting kent verschillende tarieven voor woningen en voor niet-woningen. Het tarief voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen is meestal hoger dan het tarief voor woningen.
In een procedure voor Hof Den Bosch was in geschil of de heffingsambtenaar terecht het tarief voor niet-woningen had gehanteerd in een aanslag die betrekking had op een woning met een bedrijfshal. De oppervlakte van de bedrijfshal bedroeg 300 m2. Slechts een klein, afgescheiden deel van 36 m2 was in gebruik als werkplaats voor bedrijfsmatige activiteiten. De rest van de hal werd gebruikt als garage en berging en als magazijn. De rechtbank was eerder van oordeel dat het tarief voor woningen gebruikt moest worden.
Voor een onroerende zaak als geheel wordt één tarief gehanteerd. De vraag welk tarief moet worden gehanteerd wordt beoordeeld aan de hand van de waardeverdeling tussen het woninggedeelte en het bedrijfsgedeelte binnen het object. Als de waarde van het totaal voor meer dan 70% wordt bepaald door het woninggedeelte geldt het gehele object als woning. Op basis van het feitelijke gebruik van de hal oordeelde het Hof dat de hal niet diende als woning en niet volledig dienstbaar was aan woondoeleinden.
De totale waarde van het object bedroeg € 488.500. Daarvan had € 313.350 betrekking op de hal. Hieruit volgde dat de onroerende zaak niet in hoofdzaak als woning diende en dus terecht het tarief voor niet-woningen was toegepast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u