Toepassing stakingsfaciliteiten (oud)
Een advocaat dreef zijn praktijk in de vorm van een maatschap met drie collega’s. Ieder was voor 25% gerechtigd in de maatschap. Per 31 maart 2000 trad de advocaat uit de maatschap. Daarna zette hij zijn praktijk voor eigen rekening, maar onder de naam van de maatschap, voort. De vraag was of er in 2000 sprake was van een gehele of gedeeltelijke staking van de onderneming. Hof Amsterdam was van oordeel dat de onderneming niet in zijn geheel was gestaakt. Dat betekende dat de destijds geldende verhoogde stakingsvrijstelling niet van toepassing was. Het Hof vond dat de advocaat zijn praktijk onder gewijzigde omstandigheden had voortgezet. Volgens de Hoge Raad ging het Hof daarbij niet uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof vond voorts dat de onderneming van de advocaat economisch gezien dezelfde was gebleven. Dat betekende dat de stakingsvrijstelling en het bijzondere tarief van de inkomstenbelasting niet van toepassing waren.
Die opvatting is echter niet juist. De overdracht van een aandeel in het vermogen van een maatschap is een overdracht van (een gedeelte van) een onderneming. Op de daarbij behaalde voordelen waren de destijds geldende stakingsfaciliteiten van toepassing. Het aansluitend aan het uittreden uit de maatschap aangaan van een kostenmaatschap met dezelfde maten houdt niet in dat er geen overdracht van (een gedeelte van) zijn onderneming heeft plaatsgehad.
Een advocaat dreef zijn praktijk in de vorm van een maatschap met drie collega’s. Ieder was voor 25% gerechtigd in de maatschap. Per 31 maart 2000 trad de advocaat uit de maatschap. Daarna zette hij zijn praktijk voor eigen rekening, maar onder de naam van de maatschap, voort. De vraag was of er in 2000 sprake was van een gehele of gedeeltelijke staking van de onderneming. Hof Amsterdam was van oordeel dat de onderneming niet in zijn geheel was gestaakt. Dat betekende dat de destijds geldende verhoogde stakingsvrijstelling niet van toepassing was. Het Hof vond dat de advocaat zijn praktijk onder gewijzigde omstandigheden had voortgezet. Volgens de Hoge Raad ging het Hof daarbij niet uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof vond voorts dat de onderneming van de advocaat economisch gezien dezelfde was gebleven. Dat betekende dat de stakingsvrijstelling en het bijzondere tarief van de inkomstenbelasting niet van toepassing waren.
Die opvatting is echter niet juist. De overdracht van een aandeel in het vermogen van een maatschap is een overdracht van (een gedeelte van) een onderneming. Op de daarbij behaalde voordelen waren de destijds geldende stakingsfaciliteiten van toepassing. Het aansluitend aan het uittreden uit de maatschap aangaan van een kostenmaatschap met dezelfde maten houdt niet in dat er geen overdracht van (een gedeelte van) zijn onderneming heeft plaatsgehad.