Toepassing sociaal plan bij ontslag op eigen verzoek

Om de gevolgen van een reorganisatie of een bedrijfssluiting voor de betrokken werknemers te verzachten stelt de werkgever, meestal in overleg met werknemersvertegenwoordigers, een sociaal plan op. Een werkgever deed dit in het kader van een voorgenomen beëindiging van de activiteiten op een vestiging. Een werknemer die al eerder zijn baan had opgezegd maar wiens dienstbetrekking eindigde op een moment waarop het sociaal plan in werking was getreden maakte aanspraak op een beëindigingsvergoeding volgens dit plan. Het sociaal plan gold voor alle medewerkers die op de datum van inwerkingtreding voor onbepaalde tijd in dienst waren van de werkgever en van wie de werkzaamheden en de functie zouden vervallen door de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Voor de betrokken werknemers bestond de mogelijkheid van interne of externe herplaatsing. Een werknemer die een aanbod tot herplaatsing niet accepteerde had recht op een vergoeding volgens het sociaal plan. De hoogte van de beëindigingsvergoeding werd bepaald aan de hand van het salaris, de lengte van het dienstverband en de leeftijd van de werknemer. De beëindigingsvergoeding voor de werknemer die zelf ontslag had genomen bedroeg volgens het sociaal plan ruim € 70.000. De werkgever wilde deze vergoeding niet betalen, hoewel hij aan een andere werknemer die zich in dezelfde situatie bevond wel een beëindigingsvergoeding had betaald. De werkgever verweerde zich door aan te voeren dat de beëindiging van de dienstbetrekking van deze werknemer losstond van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Toen de werknemer stopte was het bedrijf nog in volle gang. Daarom was volgens de werkgever het sociaal plan op deze werknemer niet van toepassing. De kantonrechter was van oordeel dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg was van de aangekondigde beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, ook al had de werknemer dat niet zo verwoord in zijn opzeggingsbrief. Volgens het sociaal plan had een werknemer alleen bij herplaatsing geen recht op een beëindigingsvergoeding. De werknemer had recht op een beëindigingsvergoeding die bepaald moest worden volgens het sociaal plan.
Om de gevolgen van een reorganisatie of een bedrijfssluiting voor de betrokken werknemers te verzachten stelt de werkgever, meestal in overleg met werknemersvertegenwoordigers, een sociaal plan op. Een werkgever deed dit in het kader van een voorgenomen beëindiging van de activiteiten op een vestiging. Een werknemer die al eerder zijn baan had opgezegd maar wiens dienstbetrekking eindigde op een moment waarop het sociaal plan in werking was getreden maakte aanspraak op een beëindigingsvergoeding volgens dit plan. Het sociaal plan gold voor alle medewerkers die op de datum van inwerkingtreding voor onbepaalde tijd in dienst waren van de werkgever en van wie de werkzaamheden en de functie zouden vervallen door de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten.
Voor de betrokken werknemers bestond de mogelijkheid van interne of externe herplaatsing. Een werknemer die een aanbod tot herplaatsing niet accepteerde had recht op een vergoeding volgens het sociaal plan.
De hoogte van de beëindigingsvergoeding werd bepaald aan de hand van het salaris, de lengte van het dienstverband en de leeftijd van de werknemer.
De beëindigingsvergoeding voor de werknemer die zelf ontslag had genomen bedroeg volgens het sociaal plan ruim € 70.000. De werkgever wilde deze vergoeding niet betalen, hoewel hij aan een andere werknemer die zich in dezelfde situatie bevond wel een beëindigingsvergoeding had betaald. De werkgever verweerde zich door aan te voeren dat de beëindiging van de dienstbetrekking van deze werknemer losstond van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Toen de werknemer stopte was het bedrijf nog in volle gang. Daarom was volgens de werkgever het sociaal plan op deze werknemer niet van toepassing.
De kantonrechter was van oordeel dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg was van de aangekondigde beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, ook al had de werknemer dat niet zo verwoord in zijn opzeggingsbrief. Volgens het sociaal plan had een werknemer alleen bij herplaatsing geen recht op een beëindigingsvergoeding. De werknemer had recht op een beëindigingsvergoeding die bepaald moest worden volgens het sociaal plan.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u