Toepassing nultarief niet aangetoond; bestaan leverancier evenmin

De belastingdienst stelde bij een controle vast dat de door een ondernemer geclaimde uitvoer buiten de Europese Unie door hem niet kon worden aangetoond. Dat betekende dat hij het 0%-tarief niet had mogen toepassen, maar dat de leveringen belast waren met 19% omzetbelasting. Verder stelde de belastingdienst vast dat een leverancier van de ondernemer niet als ondernemer bekend was, zodat de handelaar geen recht op aftrek had van de aan hem door deze leverancier gefactureerde omzetbelasting. De belastingdienst had de teruggave hiervan bij de aangifte omzetbelasting over de maand september 2003 geweigerd. De ondernemer moest het ondernemerschap van de leverancier aannemelijk maken maar slaagde daar niet in. Volgens de rechtbank was noch het bestaan, noch het ondernemerschap van de op de facturen vermelde leverancier aannemelijk geworden. De ondernemer slaagde er volgens de rechtbank evenmin in om aan te tonen dat de goederen waarvoor hij de toepassing van het nultarief had geclaimd daadwerkelijk waren uitgevoerd. De rechtbank vond opmerkelijk dat de ondernemer met deze transacties geen winst had behaald. Een van de betalingsbewijzen kwam niet overeen met de bijbehorende verkoopfactuur. De verklaring van de ondernemer was dat hij over deze transacties een commissie van 5 % berekende, die doorgaans apart werd geregistreerd, maar in dit geval als één geheel was geadministreerd op het betalingsbewijs. Deze commissie was echter niet in de aangifte omzetbelasting opgenomen. Voor het ontbreken van de achterzijde van de douanedocumenten wist de ondernemer geen verklaring te geven. Volgens de ondernemer was de achterzijde van deze documenten blanco, maar volgens de belastingdienst plaatste de douane alleen op de achterkant van de betreffende documenten douanestempels.
De belastingdienst stelde bij een controle vast dat de door een ondernemer geclaimde uitvoer buiten de Europese Unie door hem niet kon worden aangetoond. Dat betekende dat hij het 0%-tarief niet had mogen toepassen, maar dat de leveringen belast waren met 19% omzetbelasting. Verder stelde de belastingdienst vast dat een leverancier van de ondernemer niet als ondernemer bekend was, zodat de handelaar geen recht op aftrek had van de aan hem door deze leverancier gefactureerde omzetbelasting. De belastingdienst had de teruggave hiervan bij de aangifte omzetbelasting over de maand september 2003 geweigerd. De ondernemer moest het ondernemerschap van de leverancier aannemelijk maken maar slaagde daar niet in. Volgens de rechtbank was noch het bestaan, noch het ondernemerschap van de op de facturen vermelde leverancier aannemelijk geworden. De ondernemer slaagde er volgens de rechtbank evenmin in om aan te tonen dat de goederen waarvoor hij de toepassing van het nultarief had geclaimd daadwerkelijk waren uitgevoerd. De rechtbank vond opmerkelijk dat de ondernemer met deze transacties geen winst had behaald. Een van de betalingsbewijzen kwam niet overeen met de bijbehorende verkoopfactuur. De verklaring van de ondernemer was dat hij over deze transacties een commissie van 5 % berekende, die doorgaans apart werd geregistreerd, maar in dit geval als één geheel was geadministreerd op het betalingsbewijs. Deze commissie was echter niet in de aangifte omzetbelasting opgenomen. Voor het ontbreken van de achterzijde van de douanedocumenten wist de ondernemer geen verklaring te geven. Volgens de ondernemer was de achterzijde van deze documenten blanco, maar volgens de belastingdienst plaatste de douane alleen op de achterkant van de betreffende documenten douanestempels.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u