Toepassing landbouwvrijstelling op ondergrond woning

Voor de waardeontwikkeling van landbouwgrond geldt een vrijstelling, de zogenaamde landbouwvrijstelling. De vrijstelling is in de loop der jaren meerdere keren gewijzigd, voor het laatst per 27 juni 2000 vooruitlopend op de invoering van de wet IB 2001. Hoewel het ogenschijnlijk een eenvoudige regeling is, blijkt de materie in de praktijk ingewikkeld. Financiën heeft vele jaren het standpunt ingenomen, dat wanneer op landbouwgrond een woning werd gebouwd, de grond aan het landbouwbedrijf werd onttrokken, ook al bleef de woning tot het ondernemingsvermogen horen. Daarmee was sprake van een bestemmingswijziging (gebruik buiten de landbouw), met als gevolg, dat het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik werd belast. Zolang de woning ondernemingsvermogen bleef kon belastingheffing niet plaatsvinden. Deze werd uitgesteld naar het moment van overgang naar het privé-vermogen, bijvoorbeeld bij beëindiging van het bedrijf. De Hoge Raad heeft die opvatting enkele jaren geleden in een arrest verworpen. Door de bouw van de woning vindt geen onttrekking van de grond aan het landbouwbedrijf plaats. Ook de opvatting, dat bij overgang van de woning van ondernemingsvermogen naar privé vermogen een bestemmingswijziging plaatsvindt, is door de Hoge Raad verworpen. In een procedure beroept een landbouwer zich op landelijk beleid en overlegt daartoe brieven van het Ministerie van Financiën aan de belastingdienst. Hof Amsterdam honoreert dat beroep, met als gevolg, dat geen belastingheffing plaatsvindt over de waardesprong van de grond.
Voor de waardeontwikkeling van landbouwgrond geldt een vrijstelling, de zogenaamde landbouwvrijstelling. De vrijstelling is in de loop der jaren meerdere keren gewijzigd, voor het laatst per 27 juni 2000 vooruitlopend op de invoering van de wet IB 2001. Hoewel het ogenschijnlijk een eenvoudige regeling is, blijkt de materie in de praktijk ingewikkeld. Financiën heeft vele jaren het standpunt ingenomen, dat wanneer op landbouwgrond een woning werd gebouwd, de grond aan het landbouwbedrijf werd onttrokken, ook al bleef de woning tot het ondernemingsvermogen horen. Daarmee was sprake van een bestemmingswijziging (gebruik buiten de landbouw), met als gevolg, dat het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik werd belast. Zolang de woning ondernemingsvermogen bleef kon belastingheffing niet plaatsvinden. Deze werd uitgesteld naar het moment van overgang naar het privé-vermogen, bijvoorbeeld bij beëindiging van het bedrijf. De Hoge Raad heeft die opvatting enkele jaren geleden in een arrest verworpen. Door de bouw van de woning vindt geen onttrekking van de grond aan het landbouwbedrijf plaats. Ook de opvatting, dat bij overgang van de woning van ondernemingsvermogen naar privé vermogen een bestemmingswijziging plaatsvindt, is door de Hoge Raad verworpen. In een procedure beroept een landbouwer zich op landelijk beleid en overlegt daartoe brieven van het Ministerie van Financiën aan de belastingdienst. Hof Amsterdam honoreert dat beroep, met als gevolg, dat geen belastingheffing plaatsvindt over de waardesprong van de grond.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u