
Bij de verkrijging van onroerende zaken moet de verkrijger overdrachtsbelasting betalen. Er kan een vrijstelling van toepassing zijn waardoor geen overdrachtsbelasting betaald hoeft te worden. Een van de vrijstellingen is de landbouwstructuurvrijstelling. Deze is van toepassing als de verkrijging van een onroerende zaak leidt tot een verbetering van de structuur van een landbouwbedrijf. Bedrijfsmatige exploitatie van de landbouwgrond is een voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1980 is van bedrijfsmatige exploitatie alleen sprake wanneer met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het maatschappelijk productieproces wordt deelgenomen met het oogmerk om winst te behalen. Deze uitleg geldt ook voor de toepassing van de landbouwstructuurvrijstelling.
Een stichting die oude paarden huisvestte zonder daarvoor een vergoeding in rekening te brengen voldeed niet aan de voorwaarde van bedrijfsmatige exploitatie. Exploitatie zonder enige tegenprestatie kan wel gericht zijn op het behalen van een optimaal resultaat, maar mist het winstoogmerk. Voor zover de stichting door haar aangekochte landbouwgrond zelf gebruikte was geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie en was de vrijstelling dus niet van toepassing.
De stichting verhuurde een deel van de verkregen landbouwgrond aan derden. Voor de toepassing van de vrijstelling is niet vereist dat de verkrijger de grond zelf exploiteert.
Na verwijzing moet Hof Den Haag onderzoeken welk deel van de grond is aangekocht met als doel het gebruik in landbouwbedrijven van derden en of voor dat deel is voldaan aan de criteria voor toepassing van de vrijstelling.