Toepassing invorderingsvrijstelling IB 1964 na toetsing verplichte aanslag
Onder wet op de inkomstenbelasting 1964 werd een aanslag opgelegd wanneer de over het inkomen berekende belasting de ingehouden voorheffingen als de loonbelasting met meer dan ƒ 421 overtrof. Bij lage inkomens kon de zogenaamde invorderingsvrijstelling van toepassing zijn op de aanslag. Eerst moet echter worden vastgesteld of een aanslag moet worden opgelegd en pas daarna wordt de invorderingsvrijstelling toegepast. Het is niet zo, dat wanneer na toepassing van de invorderingsvrijstelling een te betalen bedrag overblijft van minder dan ƒ 421 er geen aanslag mag worden opgelegd.
Onder wet op de inkomstenbelasting 1964 werd een aanslag opgelegd wanneer de over het inkomen berekende belasting de ingehouden voorheffingen als de loonbelasting met meer dan ƒ 421 overtrof. Bij lage inkomens kon de zogenaamde invorderingsvrijstelling van toepassing zijn op de aanslag. Eerst moet echter worden vastgesteld of een aanslag moet worden opgelegd en pas daarna wordt de invorderingsvrijstelling toegepast. Het is niet zo, dat wanneer na toepassing van de invorderingsvrijstelling een te betalen bedrag overblijft van minder dan ƒ 421 er geen aanslag mag worden opgelegd.