
Een inwoner van Nederland die in Nederland rijdt met een auto met een buitenlands kenteken is volgens de wet verplicht deze auto in Nederland te registreren en BPM te betalen, tenzij er een vrijstelling van toepassing is. Wanneer iemand voor de eerste keer wordt aangehouden wegens het rijden in Nederland met een auto met buitenlands kenteken wordt niet onmiddellijk een naheffingsaanslag BPM opgelegd. De bestuurder wordt gewaarschuwd voor de mogelijke BPM-gevolgen met behulp van een informatieformulier buitenlandse kentekens. De bestuurder krijgt dan de gelegenheid om de personenauto in Nederland te laten registreren en BPM te betalen, een vrijstellingsvergunning aan te vragen of de auto buiten Nederland te brengen.
Dat is allemaal vastgelegd in een besluit van de staatssecretaris van Financiƫn uit 2002, waarin het zogenoemde herstelbeleid is opgenomen. Dit beleid is alleen van belang voor inwoners van Nederland. Volgens de Hoge Raad betekent dit dat het uitreiken van een informatieformulier aan een niet-inwoner niet van belang is. Wordt deze niet-inwoner later inwoner van Nederland en wordt vervolgens geconstateerd dat hij in Nederland rijdt met een auto met buitenlands kenteken, dan geldt deze constatering als de eerste en moet aan de bestuurder volgens het herstelbeleid een informatieformulier buitenlandse kentekens worden uitgereikt. Het direct opleggen van een naheffingsaanslag BPM is in die situatie niet toegestaan.