
Voor handelaren in gebruikte goederen bestaat in de omzetbelasting een bijzondere regeling die moet voorkomen dat bij de verkoop van gebruikte goederen 'dubbele heffing' optreedt omdat in de inkoopprijs van de handelaar nog omzetbelasting is begrepen die hij niet als voorbelasting in aftrek kan brengen. Door de bijzondere regeling voor gebruikte goederen hoeft de handelaar geen omzetbelasting te voldoen over het deel van de verkoopprijs dat overeenkomt met zijn inkoopprijs.
De handelaar kan ervoor kiezen niet de hiervoor genoemde margeregeling toe te passen maar in plaats daarvan de normale regeling toe te passen en over de totale vergoeding omzetbelasting in rekening te brengen. Zolang de gebruikte goederen in het handelscircuit blijven kan op deze manier worden bereikt dat de marges van de tussenhandelaren vrij van omzetbelasting blijven. De dubbele heffing die de margeregeling wil voorkomen, doet zich bij deze keuze wel voor. Dat geldt ook wanneer de handelaar in gebruikte goederen gebruik maakt van de globalisatieregeling. De globalisatieregeling houdt in dat de marge waarover de handelaar in een tijdvak omzetbelasting afdraagt, wordt berekend door de inkopen van het tijdvak in mindering te brengen op de verkopen in hetzelfde tijdvak.
Een autohandelaar die de globalisatieregeling hanteerde, paste voor enkele auto’s de normale regeling toe zonder de totale waarde van de inkopen te verlagen met de inkoopwaarde van de auto’s waarop hij de globalisatieregeling niet toepaste. Daardoor was zijn marge te laag en droeg hij te weinig omzetbelasting af. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft de inspecteur dat terecht gecorrigeerd.