
De zogenaamde foutenleer is bedoeld om te voorkomen dat een stuk bedrijfswinst onbelast blijft of dubbel wordt belast, wanneer het eindvermogen van het voorafgaande jaar niet naar de voorschriften van de wet en overeenkomstig goed koopmansgebruik is vastgesteld. Met de foutenleer kunnen ook afschrijvingsfouten worden gecorrigeerd, bijvoorbeeld omdat in het verleden ten onrechte de activering van een bedrijfsmiddel achterwege is gebleven.
In een procedure voor de Hoge Raad ging het om het omgekeerde geval: door het ten onrechte activeren van een pand op de balans zijn ten onrechte afschrijvingen ten laste van de winst gebracht. De foutenleer dient ervoor ook een dergelijke fout in de vaststelling van de totale winst te corrigeren. Dit moet volgens de Hoge Raad gebeuren door het vermogensbestanddeel in het oudste nog openstaande jaar naar het privévermogen over te brengen voor de kostprijs van het vermogensbestanddeel.
De Hoge Raad merkt op dat, voor zover de belanghebbende buiten de afschrijvingen (per saldo) voordelen heeft genoten in verband met de plaatsing van een bedrijfsmiddel op de ondernemingsbalans, de foutenleer niet de mogelijkheid biedt om deze voordelen alsnog in de belastingheffing te betrekken, omdat deze voordelen niet het gevolg zijn van het herstel van de gemaakte balansfout. De belanghebbende heeft recht op een redelijke tegemoetkoming indien het herstel van de fout voor hem nadelige gevolgen heeft. Zowel bij de beoordeling van de vraag of het herstel van de fout tot nadelige gevolgen leidt als bij de bepaling van de redelijke tegemoetkoming, dienen ook de voordelen die de belanghebbende als gevolg van de onjuiste wetstoepassing heeft genoten in ogenschouw te worden genomen.