Toepassing fooienbesluit
Het loon van werknemers in de horeca die behoren tot het bedienend personeel wordt, als hun loon lager ligt dan het voor hen geldende CAO-loon, gesteld op het CAO-loon. Dat gebeurt in de veronderstelling dat het verschil bestaat uit ontvangen fooien.
De belastingdienst legde aan een horecaondernemer een naheffingsaanslag loonheffing op omdat hij zijn bedienend personeel een lager loon uitbetaalde dan het loon volgens de horeca-CAO. Naar het oordeel van de rechtbank slaagde de inspecteur er niet in om te bewijzen dat de werkgever te lage lonen betaalde. De ondernemer maakte gebruik van de diensten van studenten die parttime of op oproepbasis bij hem werkten. Geen van de studenten was in het bezit van vakdiploma’s. De ondernemer had de studenten ingeschaald als hulp in de bediening. De ondernemer hield voortdurend toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. De inspecteur meende dat het personeel hoger ingeschaald moest worden. De rechtbank vond echter dat een ondernemer een zekere beoordelingsvrijheid heeft bij de bepaling van het normloon van zijn werknemers. De naheffingsaanslag was ten onrechte opgelegd.
Het loon van werknemers in de horeca die behoren tot het bedienend personeel wordt, als hun loon lager ligt dan het voor hen geldende CAO-loon, gesteld op het CAO-loon. Dat gebeurt in de veronderstelling dat het verschil bestaat uit ontvangen fooien. <BR>De belastingdienst legde aan een horecaondernemer een naheffingsaanslag loonheffing op omdat hij zijn bedienend personeel een lager loon uitbetaalde dan het loon volgens de horeca-CAO. Naar het oordeel van de rechtbank slaagde de inspecteur er niet in om te bewijzen dat de werkgever te lage lonen betaalde. De ondernemer maakte gebruik van de diensten van studenten die parttime of op oproepbasis bij hem werkten. Geen van de studenten was in het bezit van vakdiploma’s. De ondernemer had de studenten ingeschaald als hulp in de bediening. De ondernemer hield voortdurend toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. De inspecteur meende dat het personeel hoger ingeschaald moest worden. De rechtbank vond echter dat een ondernemer een zekere beoordelingsvrijheid heeft bij de bepaling van het normloon van zijn werknemers. De naheffingsaanslag was ten onrechte opgelegd.