
Om het aantrekkelijk te maken voor buitenlandse deskundigen om in Nederland te werken is er een bijzondere regeling in de loonbelasting, die bekend staat als de 30%-regeling. Deze regeling houdt in, dat van de totale arbeidsbeloning inclusief vergoedingen 30% als onbelaste vergoeding wordt aangemerkt. Deze vergoeding is bedoeld voor de extra kosten die het verblijf buiten het land van herkomst meebrengt. Op het restant van de arbeidsbeloning zijn de normale loonbelastingregels van toepassing. De regeling geldt voor een periode van maximaal 10 jaar op voorwaarde dat:
- de werknemer beschikt over een bijzondere deskundigheid die in Nederland niet of nauwelijks aanwezig is;
- de betreffende deskundige niet al in Nederland woonde op het moment van aanvaarden van de dienstbetrekking.
Voor profvoetballers heeft de KNVB als vertegenwoordiger van de betaald voetbalorganisaties in Nederland afspraken met de belastingdienst gemaakt over de toepassing van de 30%-regeling. Deze afspraken gelden van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 en bevatten de specifieke criteria voor de vereiste deskundigheid. Deze afspraken gelden niet voor spelers jonger dan 20 jaar. Dat houdt in dat voor deze categorie spelers op andere wijze moet worden bewezen dat zij over de vereiste deskundigheid beschikken. Vóór 1 januari 2006 werd de specifieke deskundigheid ontleend aan de hoogte van het inkomen van een voetballer. Daarbij gold voor voetballers tot 20 jaar een lagere inkomensnorm. Aan dat beleid is de belastingdienst naar het oordeel van de rechtbank Leeuwarden niet gebonden. Om de 30%-regeling te kunnen toepassen moet de werknemer op de dag waarop de arbeidsovereenkomst wordt gesloten beschikken over bewezen en bestendige specifieke vakbekwaamheid. Voor spelers tot 20 jaar geldt geen minder zware norm. Zo wordt voorkomen dat talent dat zich nog moet bewijzen al voor specifieke deskundigheid kan doorgaan. Dat zou in strijd zijn met de gedachte achter de 30%-regeling.