Toelichting op eerdere goedkeuring ingang nabestaandenlijfrente
Een nabestaandenlijfrente moet onmiddellijk na het overlijden van het verzekerde lijf ingaan. In een besluit uit 2000 heeft de staatssecretaris van Financien goedgekeurd dat een nabestaandenlijfrente voor de overblijvende echtgenoot/partner wordt uitgesteld tot het tijdstip waarop het recht op een Anw-uitkering is geëindigd. In dit besluit geeft de staatssecretaris een toelichting op de goedkeuring.Een willekeurige ingangsdatum tussen het tijdstip van overlijden en het tijdstip waarop het recht op een Anw-uitkering eindigt is niet toegestaan.Wel is goedgekeurd dat de nabestaandenlijfrente ingaat als het jongste kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt ongeacht of de Anw-uitkering eerder eindigt. Voor mensen met een Anw-uitkering die zijn geboren vóór 1 januari 1950 wordt toegestaan dat de nabestaandenlijfrente ingaat bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.Omdat een nabestaandenlijfrente, die aansluit op een wezenuitkering uit de Anw in een maatschappelijke behoefte voorziet keurt de staatssecretaris goed dat een dergelijke lijfrente als fiscaal toelaatbaar geldt. Toegestaan wordt dat de uitkeringen uit de lijfrente ingaan op het moment, dat het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt. Niet van belang is of de wezenuitkering ook op dat tijdstip eindigt. Voor een kind met recht op een halfwezenuitkering geldt hetzelfde, zij het met als ingangsdatum het moment waarop het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.In alle gevallen blijft het mogelijk om een uitgestelde nabestaandenlijfrente onmiddellijk nadat het recht op een Anw-uitkering is geëindigd te laten ingaan.
Een nabestaandenlijfrente moet onmiddellijk na het overlijden van het verzekerde lijf ingaan. In een besluit uit 2000 heeft de staatssecretaris van Financien goedgekeurd dat een nabestaandenlijfrente voor de overblijvende echtgenoot/partner wordt uitgesteld tot het tijdstip waarop het recht op een Anw-uitkering is geëindigd. In dit besluit geeft de staatssecretaris een toelichting op de goedkeuring.Een willekeurige ingangsdatum tussen het tijdstip van overlijden en het tijdstip waarop het recht op een Anw-uitkering eindigt is niet toegestaan.Wel is goedgekeurd dat de nabestaandenlijfrente ingaat als het jongste kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt ongeacht of de Anw-uitkering eerder eindigt. Voor mensen met een Anw-uitkering die zijn geboren vóór 1 januari 1950 wordt toegestaan dat de nabestaandenlijfrente ingaat bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.Omdat een nabestaandenlijfrente, die aansluit op een wezenuitkering uit de Anw in een maatschappelijke behoefte voorziet keurt de staatssecretaris goed dat een dergelijke lijfrente als fiscaal toelaatbaar geldt. Toegestaan wordt dat de uitkeringen uit de lijfrente ingaan op het moment, dat het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt. Niet van belang is of de wezenuitkering ook op dat tijdstip eindigt. Voor een kind met recht op een halfwezenuitkering geldt hetzelfde, zij het met als ingangsdatum het moment waarop het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.In alle gevallen blijft het mogelijk om een uitgestelde nabestaandenlijfrente onmiddellijk nadat het recht op een Anw-uitkering is geëindigd te laten ingaan.