Toch gefacilieerde aandelenfusie
Wanneer iemand aandelen vervreemdt in het kader van een aandelenfusie hoeft over het bij die vervreemding behaalde voordeel geen belasting te worden betaald. De belastingclaim kan worden doorgeschoven naar de verkregen aandelen. Er is geen sprake van een aandelenfusie als een van de hoofddoelen daarvan belastingfraude of -ontwijking is. De faciliteit geldt dan niet, met andere woorden, het behaalde voordeel is belast. Het motief van de betrokkene is dus van grote betekenis. De beoordeling van het motief moet niet plaatsvinden op het moment van de effectuering van de aandelenfusie, maar op het moment van de totstandkoming van de daaraan ten grondslag liggende overeenkomst. In een aan Hof Amsterdam voorgelegd geval moest de beoordeling van het motief plaatsvinden op het moment waarop werd overeengekomen om op uit te geven aandelen in de ene vennootschap aandelen in een andere vennootschap te storten. De situatie was als volgt. BV 1 had twee aandeelhouders: een natuurlijke persoon en een rechtspersoon. De rechtspersoon wilde zijn aandelen BV 1 verkopen. De natuurlijke persoon was ook enig aandeelhouder van BV 2. BV 2 kocht de aandelen van BV 1 van de rechtspersoon. Vervolgens ruilde de natuurlijke persoon zijn aandelen BV 1 tegen aandelen BV 2. BV 2 was voor 50 % aandeelhouder in BV 3. De andere aandeelhouder van BV 3 kocht vervolgens van BV 2 de aandelen BV 1 en de aandelen BV 3. Volgens de inspecteur had de natuurlijke persoon op deze manier zijn aandelen BV 1 verkocht zonder inkomstenbelasting betaald te hebben over de meerwaarde van die aandelen. Daarom zou de faciliteit niet van toepassing zijn. Het Hof was van oordeel dat de aandelenfusie was overeengekomen voordat de verkoopovereenkomst van de aandelen BV 1 en BV 3 was gesloten. Het Hof achtte niet aannemelijk dat er op dat moment al overleg gaande was over deze verkoop. Volgens het Hof betekende de afwezigheid van een zakelijk motief voor de aandelenfusie niet dat belastingfraude of –ontwijking het hoofddoel van de transactie was.
Wanneer iemand aandelen vervreemdt in het kader van een aandelenfusie hoeft over het bij die vervreemding behaalde voordeel geen belasting te worden betaald. De belastingclaim kan worden doorgeschoven naar de verkregen aandelen. Er is geen sprake van een aandelenfusie als een van de hoofddoelen daarvan belastingfraude of -ontwijking is. De faciliteit geldt dan niet, met andere woorden, het behaalde voordeel is belast. Het motief van de betrokkene is dus van grote betekenis. De beoordeling van het motief moet niet plaatsvinden op het moment van de effectuering van de aandelenfusie, maar op het moment van de totstandkoming van de daaraan ten grondslag liggende overeenkomst. In een aan Hof Amsterdam voorgelegd geval moest de beoordeling van het motief plaatsvinden op het moment waarop werd overeengekomen om op uit te geven aandelen in de ene vennootschap aandelen in een andere vennootschap te storten. De situatie was als volgt. BV 1 had twee aandeelhouders: een natuurlijke persoon en een rechtspersoon. De rechtspersoon wilde zijn aandelen BV 1 verkopen. De natuurlijke persoon was ook enig aandeelhouder van BV 2. BV 2 kocht de aandelen van BV 1 van de rechtspersoon. Vervolgens ruilde de natuurlijke persoon zijn aandelen BV 1 tegen aandelen BV 2. BV 2 was voor 50 % aandeelhouder in BV 3. De andere aandeelhouder van BV 3 kocht vervolgens van BV 2 de aandelen BV 1 en de aandelen BV 3. Volgens de inspecteur had de natuurlijke persoon op deze manier zijn aandelen BV 1 verkocht zonder inkomstenbelasting betaald te hebben over de meerwaarde van die aandelen. Daarom zou de faciliteit niet van toepassing zijn. Het Hof was van oordeel dat de aandelenfusie was overeengekomen voordat de verkoopovereenkomst van de aandelen BV 1 en BV 3 was gesloten. Het Hof achtte niet aannemelijk dat er op dat moment al overleg gaande was over deze verkoop. Volgens het Hof betekende de afwezigheid van een zakelijk motief voor de aandelenfusie niet dat belastingfraude of –ontwijking het hoofddoel van de transactie was.