Toch aftrek levensonderhoud studerend kind ondanks eigen inkomen
De uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar kunnen een aftrekpost vormen voor de ouders. De ouders moeten zich dan verplicht hebben gevoeld om deze uitgaven te doen, terwijl de kinderen in ieder geval in belangrijke mate door de ouders moeten worden onderhouden. Voor het jaar 2002 moest de bijdrage van de ouders in het levensononderhoud € 386 of meer per kwartaal bedragen. De aftrek bedroeg dan een vast bedrag van € 315 per kwartaal. Eigen inkomen of vermogen van het kind kan de aftrek van een bijdrage verhinderen. De rechtbank zag in de bijzondere omstandigheden van een geval aanleiding om de bijdrage van de ouders voor aftrek te laten kwalificeren, ondanks het eigen inkomen van het kind. Beide ouders waren in 2002 ernstig ziek. De oudste zoon nam de zorg voor het gezin op zich en stopte daarom met zijn studie aan de universiteit. In plaats daarvan begon hij aan een nieuwe opleiding aan een hogeschool. De ouders betaalden maaltijden, huisvesting, kleding, sport, boeken en de lessen van een repetitor voor de zoon. De zoon had geen recht op kinderbijslag of studiefinanciering.
De rechtbank vond aannemelijk dat de ouders zich verplicht hebben gevoeld om in ieder geval het bedrag aan studiekosten dat de zoon had moeten betalen in verband met de door hem opgelopen studievertraging aan hem te vergoeden. De rechtbank stond voor het gehele jaar de forfaitaire aftrek van € 315 per kwartaal toe. Vanwege de bijzondere omstandigheden hoefde met het inkomen en het vermogen van de zoon geen rekening te worden gehouden bij de beoordeling of de ouders zich verplicht konden voelen om de studiekosten van hun zoon te voldoen.
De uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar kunnen een aftrekpost vormen voor de ouders. De ouders moeten zich dan verplicht hebben gevoeld om deze uitgaven te doen, terwijl de kinderen in ieder geval in belangrijke mate door de ouders moeten worden onderhouden. Voor het jaar 2002 moest de bijdrage van de ouders in het levensononderhoud € 386 of meer per kwartaal bedragen. De aftrek bedroeg dan een vast bedrag van € 315 per kwartaal. Eigen inkomen of vermogen van het kind kan de aftrek van een bijdrage verhinderen. De rechtbank zag in de bijzondere omstandigheden van een geval aanleiding om de bijdrage van de ouders voor aftrek te laten kwalificeren, ondanks het eigen inkomen van het kind. Beide ouders waren in 2002 ernstig ziek. De oudste zoon nam de zorg voor het gezin op zich en stopte daarom met zijn studie aan de universiteit. In plaats daarvan begon hij aan een nieuwe opleiding aan een hogeschool. De ouders betaalden maaltijden, huisvesting, kleding, sport, boeken en de lessen van een repetitor voor de zoon. De zoon had geen recht op kinderbijslag of studiefinanciering.
De rechtbank vond aannemelijk dat de ouders zich verplicht hebben gevoeld om in ieder geval het bedrag aan studiekosten dat de zoon had moeten betalen in verband met de door hem opgelopen studievertraging aan hem te vergoeden. De rechtbank stond voor het gehele jaar de forfaitaire aftrek van € 315 per kwartaal toe. Vanwege de bijzondere omstandigheden hoefde met het inkomen en het vermogen van de zoon geen rekening te worden gehouden bij de beoordeling of de ouders zich verplicht konden voelen om de studiekosten van hun zoon te voldoen.