Tijdstip staking onderneming

Wanneer iemand een schenking ontvangt die de geldende vrijstelling overschrijdt, is hij daarover schenkbelasting (in het verleden schenkingsrecht) verschuldigd.

Bij de schenking van (een deel van) een onderneming gold in het verleden een kwijtscheldingsregeling voor het verschuldigde schenkingsrecht. De kwijtschelding werd definitief wanneer de onderneming gedurende 10 jaar was voortgezet. Een procedure voor de Rechtbank Haarlem had betrekking op de vraag of aan het voortzettingsvereiste was voldaan.

 

Een door vader en zoon in de vorm van een maatschap gedreven agrarische onderneming werd per 1 mei 2000 door de zoon voortgezet. Vader schonk een deel van de overnameprijs aan zijn zoon. Er werd een aanslag schenkingsrecht opgelegd van € 71.200. Op verzoek van de zoon werd de aanslag voorwaardelijk kwijtgescholden en werd uitstel van betaling verleend voor het gehele bedrag van de aanslag. De onderneming was vanaf 2000 structureel verliesgevend. Vanwege een handicap van de zoon verzocht hij voor de tienjaarsperiode verstreken was om definitieve kwijtschelding omdat hij van plan was de onderneming over te dragen of te beëindigen. Dat was voor de belastingdienst aanleiding om te stellen dat er met ingang van 1 mei 2007 geen onderneming meer bestond. De voorlopige kwijtschelding werd ongedaan gemaakt. Een groot gedeelte van het bedrijf werd voortgezet tot mei 2010, waarna de landerijen werden verkocht.

 

Anders dan de belastingdienst was de rechtbank van oordeel dat een voornemen tot staking van een onderneming niet tot gevolg heeft dat de onderneming niet is voortgezet en dat er geen behoefte meer bestaat aan kwijtschelding. Of een onderneming is gestaakt is afhankelijk van de objectieve omstandigheden en niet van de subjectieve bedoeling van de belastingplichtige. De rechtbank vond dat ondanks de verliezen gedurende een reeks van jaren niet aannemelijk was dat in 2007 geen voordeel meer te verwachten was. Dat in het verzoek om definitieve kwijtschelding was aangegeven dat de zoon niet meer in staat was om alle werkzaamheden uit te voeren was niet voldoende om te constateren dat de onderneming was gestaakt. In dezelfde brief was aangegeven dat de zoon het bedrijf zou voortzetten indien de definitieve kwijtschelding niet zou worden verleend. Ook het lijden van verlies in een reeks van jaren is onvoldoende om te veronderstellen dat nooit meer winst verwacht kan worden. De rechtbank vernietigde de beschikking tot intrekking van de voorwaardelijke kwijtschelding.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wanneer iemand een schenking ontvangt die de geldende vrijstelling overschrijdt, is hij daarover schenkbelasting (in het verleden schenkingsrecht) verschuldigd. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Bij de schenking van (een deel van) een onderneming gold in het verleden een kwijtscheldingsregeling voor het verschuldigde schenkingsrecht. De kwijtschelding werd definitief wanneer de onderneming gedurende 10 jaar was voortgezet. Een procedure voor de Rechtbank Haarlem had betrekking op de vraag of aan het voortzettingsvereiste was voldaan.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een door vader en zoon in de vorm van een maatschap gedreven agrarische onderneming werd per 1 mei 2000 door de zoon voortgezet. Vader schonk een deel van de overnameprijs aan zijn zoon. Er werd een aanslag schenkingsrecht opgelegd van € 71.200. Op verzoek van de zoon werd de aanslag voorwaardelijk kwijtgescholden en werd uitstel van betaling verleend voor het gehele bedrag van de aanslag. De onderneming was vanaf 2000 structureel verliesgevend. Vanwege een handicap van de zoon verzocht hij voor de tienjaarsperiode verstreken was om definitieve kwijtschelding omdat hij van plan was de onderneming over te dragen of te beëindigen. Dat was voor de belastingdienst aanleiding om te stellen dat er met ingang van 1 mei 2007 geen onderneming meer bestond. De voorlopige kwijtschelding werd ongedaan gemaakt. Een groot gedeelte van het bedrijf werd voortgezet tot mei 2010, waarna de landerijen werden verkocht.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Anders dan de belastingdienst was de rechtbank van oordeel dat een voornemen tot staking van een onderneming niet tot gevolg heeft dat de onderneming niet is voortgezet en dat er geen behoefte meer bestaat aan kwijtschelding. Of een onderneming is gestaakt is afhankelijk van de objectieve omstandigheden en niet van de subjectieve bedoeling van de belastingplichtige. De rechtbank vond dat ondanks de verliezen gedurende een reeks van jaren niet aannemelijk was dat in 2007 geen voordeel meer te verwachten was. Dat in het verzoek om definitieve kwijtschelding was aangegeven dat de zoon niet meer in staat was om alle werkzaamheden uit te voeren was niet voldoende om te constateren dat de onderneming was gestaakt. In dezelfde brief was aangegeven dat de zoon het bedrijf zou voortzetten indien de definitieve kwijtschelding niet zou worden verleend. Ook het lijden van verlies in een reeks van jaren is onvoldoende om te veronderstellen dat nooit meer winst verwacht kan worden. De rechtbank vernietigde de beschikking tot intrekking van de voorwaardelijke kwijtschelding.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u