
Een beroepschrift moet binnen zes weken na de dagtekening van de uitspraak op een bezwaarschrift worden ingediend. Te late indiening kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
In een voorkomend geval stelde de rechtbank vast dat de beroepstermijn op 27 november 2009 was begonnen en zes weken later, dus op 7 januari 2010, was geëindigd. Het per post verstuurde beroepschrift van de belanghebbende was op 12 januari 2010 bij de rechtbank binnengekomen.
Omdat het beroepschrift binnen een week na afloop van de beroepstermijn was ontvangen, zou het nog op tijd zijn als het voor het einde van de termijn was gepost. De rechtbank was van oordeel dat de belanghebbende niet aannemelijk wist te maken dat hij het beroepschrift tijdig had gepost. Uit het poststempel leidde de rechtbank af dat het beroepschrift pas op 11 januari 2010 was gepost.
De Hoge Raad merkt in cassatie op, dat terpostbezorging plaatsvindt op het moment waarop een poststuk in de brievenbus wordt gedeponeerd. De datum waarop een poststuk is afgestempeld sluit niet uit dat het poststuk op een eerdere datum ter post is bezorgd. Wel is het datumstempel vaak het enige gegeven waarmee het tijdstip van terpostbezorging kan worden bepaald. Als bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt dat terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag waarop een poststuk door het postvervoerbedrijf is afgestempeld. De partij die stelt dat zij het poststuk vóór die datum ter post heeft bezorgd mag daarvoor het bewijs leveren. In deze casus had de belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij het beroepschrift vóór 11 januari 2010 had gepost. De rechtbank mocht er daarom van uitgaan dat het beroepschrift op die datum was gepost.