Tijdstip keuze ondernemers- of overheidssfeer
Een publiekrechtelijk lichaam als een gemeente is niet belastingplichtig voor de omzetbelasting voor handelingen die zij als overheid verricht. Het gaat dan om handelingen die worden verricht binnen het specifieke juridische regime voor de overheid, behalve voor zover het gaat om activiteiten die de gemeente verricht onder dezelfde juridische voorwaarden als particuliere economische subjecten. Bij een publiekrechtelijk lichaam moet onderscheid worden gemaakt tussen een overheidssfeer en een ondernemerssfeer.
Een gemeente kan een schoolgebouw of een sporthal zowel binnen de overheidssfeer als binnen de ondernemerssfeer exploiteren. Dat betekent dat de gemeente een keuze moet maken. De keuze moet uiterlijk op het tijdstip waarop de gemeente de op de investering drukkende omzetbelasting in aftrek kan brengen worden gemaakt. De voorbelasting is volgens de wet alleen aftrekbaar voor zover de goederen en de diensten door een ondernemer worden gebruikt, terwijl de aftrek van belasting plaats vindt overeenkomstig de bestemming die de ondernemer op het tijdstip van factureren aan de goederen en diensten heeft gegeven. De keuze van de gemeente moet blijken uit de administratie. Wanneer de gemeente de voorbelasting niet in aftrek heeft gebracht zal dat, behoudens tegenbewijs, inhouden dat de gemeente heeft gekozen voor gebruik in de overheidssfeer.
In een procedure voor de rechtbank Leeuwarden slaagde de gemeente er niet in om het tegenbewijs te leveren. Aanvankelijk wees niets erop dat de gemeente de nieuwbouw van een schoolgebouw wilde rekenen tot haar ondernemerssfeer. Na verloop van enige tijd bracht de gemeente tot uitdrukking dat zij het schoolgebouw in haar ondernemerssfeer wilde exploiteren door in de aangifte omzetbelasting alsnog alle voorbelasting op het schoolgebouw op te nemen. Vanaf dat moment behoorde het schoolgebouw tot de ondernemerssfeer van de gemeente. Onder verwijzing naar een arrest van het Hof van Justitie EG uit 2005 heeft een overheidslichaam geen recht op herziening van de omzetbelasting op een investeringsgoed wanneer het overheidslichaam dit goed nadien inbrengt in haar ondernemerssfeer.
Een publiekrechtelijk lichaam als een gemeente is niet belastingplichtig voor de omzetbelasting voor handelingen die zij als overheid verricht. Het gaat dan om handelingen die worden verricht binnen het specifieke juridische regime voor de overheid, behalve voor zover het gaat om activiteiten die de gemeente verricht onder dezelfde juridische voorwaarden als particuliere economische subjecten. Bij een publiekrechtelijk lichaam moet onderscheid worden gemaakt tussen een overheidssfeer en een ondernemerssfeer.
Een gemeente kan een schoolgebouw of een sporthal zowel binnen de overheidssfeer als binnen de ondernemerssfeer exploiteren. Dat betekent dat de gemeente een keuze moet maken. De keuze moet uiterlijk op het tijdstip waarop de gemeente de op de investering drukkende omzetbelasting in aftrek kan brengen worden gemaakt. De voorbelasting is volgens de wet alleen aftrekbaar voor zover de goederen en de diensten door een ondernemer worden gebruikt, terwijl de aftrek van belasting plaats vindt overeenkomstig de bestemming die de ondernemer op het tijdstip van factureren aan de goederen en diensten heeft gegeven. De keuze van de gemeente moet blijken uit de administratie. Wanneer de gemeente de voorbelasting niet in aftrek heeft gebracht zal dat, behoudens tegenbewijs, inhouden dat de gemeente heeft gekozen voor gebruik in de overheidssfeer.
In een procedure voor de rechtbank Leeuwarden slaagde de gemeente er niet in om het tegenbewijs te leveren. Aanvankelijk wees niets erop dat de gemeente de nieuwbouw van een schoolgebouw wilde rekenen tot haar ondernemerssfeer. Na verloop van enige tijd bracht de gemeente tot uitdrukking dat zij het schoolgebouw in haar ondernemerssfeer wilde exploiteren door in de aangifte omzetbelasting alsnog alle voorbelasting op het schoolgebouw op te nemen. Vanaf dat moment behoorde het schoolgebouw tot de ondernemerssfeer van de gemeente. Onder verwijzing naar een arrest van het Hof van Justitie EG uit 2005 heeft een overheidslichaam geen recht op herziening van de omzetbelasting op een investeringsgoed wanneer het overheidslichaam dit goed nadien inbrengt in haar ondernemerssfeer.