Tijdstip investeren bij overeenkomst onder opschortende voorwaarde

Investeringen door ondernemers in energiezuinige bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor energie-investeringsaftrek. Binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting moet de ondernemer deze melden bij Senter-Novem die door het ministerie van Economische Zaken met de uitvoering van deze regeling is belast. Te late melding leidt ertoe dat geen energie-investeringsaftrek wordt verleend. Het sluiten van een koopovereenkomst is het moment van aangaan van verplichtingen. Dat geldt ook als de koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde wordt gesloten. Een ondernemer sloot op 23 december 2003 een koopovereenkomst voor een warmtekrachtinstallatie die in een nog te bouwen kas moest worden geplaatst. De koopovereenkomst was gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de gemeente een bouwvergunning zou afgeven. Nadat de bouwvergunning onherroepelijk vaststond vroeg de ondernemer een investeringsverklaring aan. Dat gebeurde ruim vier maanden na het aangaan van de koopovereenkomst. Volgens het College van Beroep voor het Bedrijfsleven kon de ondernemer na ondertekening van de opdrachtbevestiging niet meer zelf bepalen dat de koop geen doorgang zou vinden. Hij had immers geen invloed op het al dan niet verstrekken van een bouwvergunning door de gemeente. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak afgewezen. De uitleg van het begrip 'investeren' door het College van Beroep is correct, aldus de Hoge Raad.
Investeringen door ondernemers in energiezuinige bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor energie-investeringsaftrek. Binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting moet de ondernemer deze melden bij Senter-Novem die door het ministerie van Economische Zaken met de uitvoering van deze regeling is belast. Te late melding leidt ertoe dat geen energie-investeringsaftrek wordt verleend.
Het sluiten van een koopovereenkomst is het moment van aangaan van verplichtingen. Dat geldt ook als de koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde wordt gesloten. Een ondernemer sloot op 23 december 2003 een koopovereenkomst voor een warmtekrachtinstallatie die in een nog te bouwen kas moest worden geplaatst. De koopovereenkomst was gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de gemeente een bouwvergunning zou afgeven. Nadat de bouwvergunning onherroepelijk vaststond vroeg de ondernemer een investeringsverklaring aan. Dat gebeurde ruim vier maanden na het aangaan van de koopovereenkomst. Volgens het College van Beroep voor het Bedrijfsleven kon de ondernemer na ondertekening van de opdrachtbevestiging niet meer zelf bepalen dat de koop geen doorgang zou vinden. Hij had immers geen invloed op het al dan niet verstrekken van een bouwvergunning door de gemeente. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak afgewezen. De uitleg van het begrip 'investeren' door het College van Beroep is correct, aldus de Hoge Raad.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u