Tijdstip bestemmingswijziging grond

De waardering van tot het ondernemingsvermogen behorende bestanddelen is een complexe zaak. Vooral over de waardering van grond die in de landbouw wordt gebruikt zijn al veel procedures gevoerd. Het verschil in waarde tussen grond die als cultuurgrond wordt gebruikt en grond waarop een woning gebouwd kan of mag worden is groot. Door wijziging van de bestemming van cultuurgrond in bouwgrond ontstaat een waardesprong die leidt tot belastbare winst voor de ondernemer tot wiens vermogen de grond behoort. Niet altijd is duidelijk op welk moment deze waardesprong zich voordoet.

 

Zo kreeg een melkveehouder in het kader van een landherinrichting onder inbreng van de kavels waarop hij tot dat moment zijn onderneming dreef een ander perceel grond. Volgens een verklaring van de gemeente betrof het grond met een agrarische bestemming en was op de grond de bouw van één woning toegestaan. De melkveehouder vroeg kort na de landherinrichting een bouwvergunning aan voor een woning met stallen en een berging. De ondernemer rekende de ondergrond en het erf van de woning na de bedrijfsverplaatsing tot zijn privévermogen. De waarde van dat deel van de grond bedroeg ƒ 5.625 bij de bestemming cultuurgrond en ƒ 90.000 bij de bestemming bouwgrond. De ondernemer verwerkte het verschil in waarde niet in zijn winst. De inspecteur corrigeerde de aangifte op dat punt.

 

Hof Arnhem was van oordeel dat de ondergrond en het erf op het moment van verkrijging tot het ondernemingsvermogen gingen behoren. Omdat dit deel van de grond op dat moment al een waarde had van ƒ 90.000, had de ondernemer terecht geen winst op de grond aangegeven. Dat de bouwkavel bij de verkrijging tot het ondernemingsvermogen ging behoren was terecht volgens de Hoge Raad. Dat de waarde daarvan op het moment van verkrijging ƒ 90.000 bedroeg vond de Hoge Raad zonder nadere onderbouwing onbegrijpelijk. Na verwijzing oordeelde Hof Den Bosch dat de waardesprong van de grond het directe gevolg was van de verlening van de bouwvergunning voor het woonhuis. De eerder door de gemeente gedane toezegging voor het verlenen van de voor de bedrijfsverplaatsing benodigde vergunningen, waaronder de bouwvergunning, vond Hof Den Bosch niet relevant. Door het bouwen van een woning werd de kavel onttrokken aan het gebruik voor de landbouw. Daarom was de landbouwvrijstelling niet van toepassing op het waardeverschil.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De waardering van tot het ondernemingsvermogen behorende bestanddelen is een complexe zaak. Vooral over de waardering van grond die in de landbouw wordt gebruikt zijn al veel procedures gevoerd. Het verschil in waarde tussen grond die als cultuurgrond wordt gebruikt en grond waarop een woning gebouwd kan of mag worden is groot. Door wijziging van de bestemming&nbsp;van cultuurgrond in bouwgrond ontstaat een waardesprong die leidt tot belastbare winst voor de ondernemer tot wiens vermogen de grond behoort. Niet altijd is duidelijk op welk moment deze waardesprong zich voordoet. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Zo kreeg een melkveehouder in het kader van een landherinrichting onder inbreng van de kavels waarop hij tot dat moment zijn onderneming dreef een ander perceel grond. Volgens een verklaring van de gemeente betrof het grond met een agrarische bestemming en was op de grond de bouw van één woning toegestaan. De melkveehouder vroeg kort na de landherinrichting een bouwvergunning aan voor een woning met stallen en een berging. De ondernemer rekende de ondergrond en het erf van de woning na de bedrijfsverplaatsing tot zijn privévermogen. De waarde van dat deel van de grond bedroeg ƒ 5.625 bij de bestemming cultuurgrond en ƒ 90.000 bij de bestemming bouwgrond. De ondernemer verwerkte het verschil in waarde niet in zijn winst. De inspecteur corrigeerde de aangifte op dat punt.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Arnhem was van oordeel dat de ondergrond en het erf op het moment van verkrijging tot het ondernemingsvermogen gingen behoren. Omdat dit deel van de grond op dat moment al een waarde had van ƒ 90.000, had de ondernemer terecht geen winst op de grond aangegeven. Dat de bouwkavel bij de verkrijging tot het ondernemingsvermogen ging behoren was terecht volgens de Hoge Raad. Dat de waarde daarvan op het moment van verkrijging ƒ 90.000 bedroeg vond de Hoge Raad zonder nadere onderbouwing onbegrijpelijk. Na verwijzing oordeelde Hof Den Bosch dat de waardesprong van de grond het directe gevolg was van de verlening van de bouwvergunning voor het woonhuis. De eerder door de gemeente gedane toezegging voor het verlenen van de voor de bedrijfsverplaatsing benodigde vergunningen, waaronder de bouwvergunning, vond Hof Den Bosch niet relevant. Door het bouwen van een woning werd de kavel onttrokken aan het gebruik voor de landbouw. Daarom was de landbouwvrijstelling niet van toepassing op het waardeverschil.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u