
De wet op de vennootschapsbelasting kent een aftrekbeperking voor betaalde rente in concernverhoudingen wanneer een vennootschap bovenmatig met vreemd vermogen is gefinancierd. Deze regeling is bekend onder de naam thincapregeling. Een vennootschap is bovenmatig met vreemd vermogen gefinancierd wanneer het gemiddelde vreemde vermogen meer dan driemaal het gemiddelde eigen vermogen bedraagt en dit meerdere een bedrag van € 500.000 overschrijdt.
In een procedure over de toepassing van de thincapregeling voor de rechtbank Haarlem betoogde een belastingplichtige dat deze regeling in strijd is met het EG-recht omdat deze regeling in nationaal verband in een aantal gevallen omzeild kan worden door de vorming van een fiscale eenheid. Een fiscale eenheid over de grens is niet mogelijk.
De rechtbank deelt deze opvatting niet. De mogelijkheid om een fiscale eenheid te vormen om zo de nadelige gevolgen van de thincapregeling te vermijden heeft geen invloed op de vraag of de thincapregeling in strijd is met het EG-recht. Deze regeling moet op zichzelf worden beoordeeld. De aftrekbeperking werkt zowel voor binnenlands als buitenlands belastingplichtigen en ongeacht de binnen- of buitenlandse samenstelling van de groep waartoe een belastingplichtige behoort. In beide situaties is sprake van economische dubbele heffing indien en voor zover de met de niet aftrekbare rente corresponderende rentebate belast is bij de ontvanger. Deze economische dubbele heffing is op zichzelf bezien niet in strijd met de vrijheid van vestiging of de vrijheid van kapitaalverkeer, zo blijkt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie EU.