
De Wet op de Vennootschapsbelasting kent meerdere bepalingen die de aftrek van betaalde rente beperken. Een van deze aftrekbeperkingen is de zogenaamde thincapregeling. Deze regeling beperkt de aftrek van rente wanneer sprake is van een overmaat aan vreemd vermogen. Een aan de verhouding tussen het teveel aan vreemd vermogen en het gemiddeld vreemd vermogen evenredig deel van de rente van schulden is dan niet aftrekbaar. De aftrekbeperking geldt alleen voor vennootschappen die deel uitmaken van een groep.
Het niet aftrekbare deel van de rente is niet hoger dan het saldo van aan verbonden lichamen verschuldigde en te vorderen rente. Er is sprake van een teveel aan vreemd vermogen als het gemiddelde vreemde vermogen van een vennootschap meer bedraagt dan driemaal het gemiddelde eigen vermogen. Het verschil moet meer bedragen dan € 500.000. Onder vreemd vermogen wordt voor de toepassing van de aftrekbeperking verstaan het saldo van verschuldigde en uitstaande geldleningen. Fiscaal toelaatbare reserves worden niet als eigen vermogen beschouwd.
Deze saldering geldt niet uitsluitend voor de bepaling van het teveel aan vreemd vermogen, maar ook voor de bepaling van de noemer van de hiervoor genoemde breuk. De wet biedt de mogelijkheid om in bepaalde gevallen een afwijkende concernratio te gebruiken. Bij die ratio vindt geen saldering met te vorderen bedragen plaats.