Terugwerkende kracht inbreng onderneming is niet bepalend voor duur ondernemerschap
Volgens Hof Arnhem had een ondernemer, die op 1 januari 1994 was gestart met de onderneming, welke hij op 9 juli 1997 inbracht in een BV, recht op toepassing van de stakingsvrijstelling bij de vrijval van de opgebouwde fiscale oudedagsreserve (FOR). De wet stelt de eis, dat tenminste drie jaar voor zijn rekening en risico een onderneming is gedreven. Aan die eis is voldaan, ook al werkte de inbreng fiscaal terug tot 1 januari 1997. De wetsbepalingen, waarin de FOR is geregeld, horen niet tot de wetsbepalingen, waarin de winst uit onderneming is geregeld. De terugwerkende kracht van de inbreng heeft geen invloed op de bepalingen van de FOR.
Volgens Hof Arnhem had een ondernemer, die op 1 januari 1994 was gestart met de onderneming, welke hij op 9 juli 1997 inbracht in een BV, recht op toepassing van de stakingsvrijstelling bij de vrijval van de opgebouwde fiscale oudedagsreserve (FOR). De wet stelt de eis, dat tenminste drie jaar voor zijn rekening en risico een onderneming is gedreven. Aan die eis is voldaan, ook al werkte de inbreng fiscaal terug tot 1 januari 1997. De wetsbepalingen, waarin de FOR is geregeld, horen niet tot de wetsbepalingen, waarin de winst uit onderneming is geregeld. De terugwerkende kracht van de inbreng heeft geen invloed op de bepalingen van de FOR.