Terugwerkende kracht bij inbreng onderneming mogelijk zonder voorovereenkomst

Twee accountants dreven samen een onderneming in de vorm van een maatschap. Een van beiden richtte op 26 september 1996 een BV op. Bij de oprichting droeg hij zijn aandeel in de maatschap over aan de BV met terugwerkende kracht tot 1 juli van dat jaar. Vervolgens verkocht de maatschap een groot gedeelte van haar portefeuille, waarna de andere vennoot uittrad. De overgebleven accountant ging met kantoor verder als eenmanszaak. In zijn aangifte inkomstenbelasting 1996 deed hij een beroep op de verhoogde stakingsvrijstelling en claimde hij premieaftrek voor de lijfrente die hij bij de overdracht van zijn maatschapsaandeel van de BV had bedongen. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de accountant zijn onderneming niet geheel maar gedeeltelijk had gestaakt, zodat er geen recht was op de verhoogde stakingsvrijstelling. Omdat er geen voorovereenkomst was opgemaakt stond het Hof terugwerkende kracht voor de overdracht van de resultaten niet toe. De aftrek van de lijfrentepremie weigerde het Hof omdat de onderneming niet werd voortgezet door de BV. De accountant stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Ten aanzien van de terugwerkende kracht was de Hoge Raad van oordeel, dat de uitspraak van het Hof in strijd was met een besluit van de Staatssecretaris van Financiƫn uit 1995. Op grond van dat besluit mag worden overgedragen met een terugwerkende kracht van drie maanden ook al is er geen voorovereenkomst. Na verwijzing moet Hof Arnhem onderzoeken of aan de overige voorwaarden van het Besluit is voldaan.Ten aanzien van de aftrek van de lijfrentepremie was een arrest uit 2003 van belanf, waarin de Hoge Raad heeft overwogen, dat geen lijfrente kan worden bedongen van de overnemer als de overdracht van (een gedeelte van) een onderneming onmiddellijk gevolgd wordt door een tevoren overeengekomen overdracht aan een derde. Bij een gedeeltelijke doorverkoop of liquidatie van de ingebrachte onderneming kan wel een lijfrente worden bedongen voor de bij de overdracht behaalde winst die betrekking heeft op het niet doorverkochte of geliquideerde gedeelte van de onderneming. De uitspraak van het Hof is op dit punt niet juist.
Twee accountants dreven samen een onderneming in de vorm van een maatschap. Een van beiden richtte op 26 september 1996 een BV op. Bij de oprichting droeg hij zijn aandeel in de maatschap over aan de BV met terugwerkende kracht tot 1 juli van dat jaar. Vervolgens verkocht de maatschap een groot gedeelte van haar portefeuille, waarna de andere vennoot uittrad. De overgebleven accountant ging met kantoor verder als eenmanszaak. In zijn aangifte inkomstenbelasting 1996 deed hij een beroep op de verhoogde stakingsvrijstelling en claimde hij premieaftrek voor de lijfrente die hij bij de overdracht van zijn maatschapsaandeel van de BV had bedongen. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de accountant zijn onderneming niet geheel maar gedeeltelijk had gestaakt, zodat er geen recht was op de verhoogde stakingsvrijstelling. Omdat er geen voorovereenkomst was opgemaakt stond het Hof terugwerkende kracht voor de overdracht van de resultaten niet toe. De aftrek van de lijfrentepremie weigerde het Hof omdat de onderneming niet werd voortgezet door de BV. De accountant stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Ten aanzien van de terugwerkende kracht was de Hoge Raad van oordeel, dat de uitspraak van het Hof in strijd was met een besluit van de Staatssecretaris van Financiƫn uit 1995. Op grond van dat besluit mag worden overgedragen met een terugwerkende kracht van drie maanden ook al is er geen voorovereenkomst. Na verwijzing moet Hof Arnhem onderzoeken of aan de overige voorwaarden van het Besluit is voldaan.Ten aanzien van de aftrek van de lijfrentepremie was een arrest uit 2003 van belanf, waarin de Hoge Raad heeft overwogen, dat geen lijfrente kan worden bedongen van de overnemer als de overdracht van (een gedeelte van) een onderneming onmiddellijk gevolgd wordt door een tevoren overeengekomen overdracht aan een derde. Bij een gedeeltelijke doorverkoop of liquidatie van de ingebrachte onderneming kan wel een lijfrente worden bedongen voor de bij de overdracht behaalde winst die betrekking heeft op het niet doorverkochte of geliquideerde gedeelte van de onderneming. De uitspraak van het Hof is op dit punt niet juist.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u