Teruggaaf omzetbelasting bij ontbinding koop
De Wet op de Omzetbelasting kent de mogelijkheid van teruggaaf van belasting die een ondernemer heeft afgedragen. Deze mogelijkheid bestaat voor gevallen waarin de in rekening gebrachte vergoeding gedeeltelijk niet is betaald, maar ook voor gevallen waarin de geleverde goederen in ongebruikte staat zijn teruggenomen.
Een jachtwerf die een geleverd schip had terugnam van de koper en de koopsom had terugbetaald, verzocht op grond van deze mogelijkheid om teruggaaf van de eerder afgedragen omzetbelasting. Volgens de inspecteur was teruggaaf niet mogelijk omdat het jacht door de koper in de tussenliggende tijd was gebruikt. De jachtwerf meende dat de Nederlandse wettekst op dat punt niet in overeenstemming is met de Europese regelgeving, omdat daarin de eis van nieuwstaat niet gesteld wordt. Volgens Hof Den Bosch hadden partijen de koopovereenkomst ontbonden en had de jachtwerf het jacht teruggenomen onder terugbetaling van de koopsom. De door de koper genoten prestatie (het gebruik van het jacht) werd ongedaan gemaakt door het betalen van vergoeding. Naar het oordeel van het Hof was voldaan aan de eisen van de Zesde EG-richtlijn en had de jachtwerf recht op teruggaaf van omzetbelasting.
De staatssecretaris heeft laten weten dat hij tegen deze uitspraak geen beroep in cassatie instelt. Uitgangspunt is dat uiteindelijk slechts omzetbelasting behoeft te worden voldaan over het bedrag dat daadwerkelijk wordt ontvangen voor een levering of dienst. Gezien de specifieke omstandigheden van dit geval kan de staatssecretaris zich met de uitspraak van het Hof verenigen, ook al is hij het niet eens met de motivering van het Hof.
Voor alle duidelijkheid zij nog opgemerkt dat een volgende levering van dit jacht uiteraard niet onder de margeregeling valt omdat het jacht niet is geleverd door een particulier, maar de oorspronkelijke levering ongedaan is gemaakt.
De Wet op de Omzetbelasting kent de mogelijkheid van teruggaaf van belasting die een ondernemer heeft afgedragen. Deze mogelijkheid bestaat voor gevallen waarin de in rekening gebrachte vergoeding gedeeltelijk niet is betaald, maar ook voor gevallen waarin de geleverde goederen in ongebruikte staat zijn teruggenomen.
Een jachtwerf die een geleverd schip had terugnam van de koper en de koopsom had terugbetaald, verzocht op grond van deze mogelijkheid om teruggaaf van de eerder afgedragen omzetbelasting. Volgens de inspecteur was teruggaaf niet mogelijk omdat het jacht door de koper in de tussenliggende tijd was gebruikt. De jachtwerf meende dat de Nederlandse wettekst op dat punt niet in overeenstemming is met de Europese regelgeving, omdat daarin de eis van nieuwstaat niet gesteld wordt. Volgens Hof Den Bosch hadden partijen de koopovereenkomst ontbonden en had de jachtwerf het jacht teruggenomen onder terugbetaling van de koopsom. De door de koper genoten prestatie (het gebruik van het jacht) werd ongedaan gemaakt door het betalen van vergoeding. Naar het oordeel van het Hof was voldaan aan de eisen van de Zesde EG-richtlijn en had de jachtwerf recht op teruggaaf van omzetbelasting.
De staatssecretaris heeft laten weten dat hij tegen deze uitspraak geen beroep in cassatie instelt. Uitgangspunt is dat uiteindelijk slechts omzetbelasting behoeft te worden voldaan over het bedrag dat daadwerkelijk wordt ontvangen voor een levering of dienst. Gezien de specifieke omstandigheden van dit geval kan de staatssecretaris zich met de uitspraak van het Hof verenigen, ook al is hij het niet eens met de motivering van het Hof.
Voor alle duidelijkheid zij nog opgemerkt dat een volgende levering van dit jacht uiteraard niet onder de margeregeling valt omdat het jacht niet is geleverd door een particulier, maar de oorspronkelijke levering ongedaan is gemaakt.