Teruggaaf na abusievelijk onjuiste aangifte
Een douane-expediteur deed een aantal douaneaangiften, waarbij als douanewaarde de transactieprijs gehanteerd werd die bleek uit bijgevoegde facturen. De douane-expediteur had echter andere facturen willen gebruiken voor de douaneaangiften, met als gevolg een lager bedrag aan heffingen. Zowel de bijgevoegde facturen als de bedoelde facturen konden volgens de rechtbank dienen als geldige facturen voor de bepaling van de douanewaarde.
Bij het doen van de aangifte was een onbedoelde vergissing begaan. Na een verzoek om herziening van de gedane aangifte kan dan een terugbetaling van douanerechten plaatsvinden.
Het is niet nodig dat in een verzoek om terugbetaling van douanerechten uitdrukkelijk een beroep wordt gedaan op de wettelijke regeling van herziening, aldus de Douanekamer van Hof Amsterdam onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2004.
De inspecteur had, omdat de te verifiëren gegevens van de aangifte geen fysieke controle vergden, tot herziening, dat wil zeggen tot het opnieuw onderzoeken, van de aangifte moeten overgaan.
Volgens de Douanekamer had de douane-expediteur recht op terugbetaling van teveel betaalde douanerechten. De rechtbank had eerder al de juiste douanewaarde vastgesteld, maar geen rekening gehouden met een al verleende teruggaaf van € 266,88 aan douanerechten. De Douanekamer van Hof Amsterdam heeft de uitspraak van de rechtbank op dat punt gecorrigeerd.
Een douane-expediteur deed een aantal douaneaangiften, waarbij als douanewaarde de transactieprijs gehanteerd werd die bleek uit bijgevoegde facturen. De douane-expediteur had echter andere facturen willen gebruiken voor de douaneaangiften, met als gevolg een lager bedrag aan heffingen. Zowel de bijgevoegde facturen als de bedoelde facturen konden volgens de rechtbank dienen als geldige facturen voor de bepaling van de douanewaarde.
Bij het doen van de aangifte was een onbedoelde vergissing begaan. Na een verzoek om herziening van de gedane aangifte kan dan een terugbetaling van douanerechten plaatsvinden.
Het is niet nodig dat in een verzoek om terugbetaling van douanerechten uitdrukkelijk een beroep wordt gedaan op de wettelijke regeling van herziening, aldus de Douanekamer van Hof Amsterdam onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2004.
De inspecteur had, omdat de te verifiëren gegevens van de aangifte geen fysieke controle vergden, tot herziening, dat wil zeggen tot het opnieuw onderzoeken, van de aangifte moeten overgaan.
Volgens de Douanekamer had de douane-expediteur recht op terugbetaling van teveel betaalde douanerechten. De rechtbank had eerder al de juiste douanewaarde vastgesteld, maar geen rekening gehouden met een al verleende teruggaaf van € 266,88 aan douanerechten. De Douanekamer van Hof Amsterdam heeft de uitspraak van de rechtbank op dat punt gecorrigeerd.