Terugbetaling deel pensioenpremie was loon; geen bijzonder tarief IB '64
Een werknemer was deelnemer in een pensioenregeling, die was ondergebracht bij het pensioenfonds van zijn werkgever. Toen de werkgever fuseerde met een ander bedrijf bracht het pensioenfonds op verzoek van de werkgever de dekkingsgraad van de pensioenverplichtingen terug van 120% naar 115%. Die overwaarde kwam ten goede aan de werknemers. In verband daarmee ontving de werknemer in 2000 ƒ 49.057,- als afkoopsom. Hij stelde zich op het standpunt, dat het bijzondere tarief van de inkomstenbelasting, zoals dat in 2000 nog gold, van toepassing was op dit bedrag, omdat het betaald was ter vervanging van gederfde inkomsten in de vorm van te hoge premiebetalingen. In navolging van de inspecteur was Hof Den Bosch van oordeel, dat het ging om loon, omdat de werkgever recht had op terugbetaling van eventueel teveel betaalde premies. De werkgever had dat recht overgedragen aan zijn werknemers, zodat er een voordeel was uit de dienstbetrekking. Dat voordeel vormde geen vervanging van gederfde of te derven inkomsten en was daarom progressief belast.
Een werknemer was deelnemer in een pensioenregeling, die was ondergebracht bij het pensioenfonds van zijn werkgever. Toen de werkgever fuseerde met een ander bedrijf bracht het pensioenfonds op verzoek van de werkgever de dekkingsgraad van de pensioenverplichtingen terug van 120% naar 115%. Die overwaarde kwam ten goede aan de werknemers. In verband daarmee ontving de werknemer in 2000 ƒ 49.057,- als afkoopsom. Hij stelde zich op het standpunt, dat het bijzondere tarief van de inkomstenbelasting, zoals dat in 2000 nog gold, van toepassing was op dit bedrag, omdat het betaald was ter vervanging van gederfde inkomsten in de vorm van te hoge premiebetalingen. In navolging van de inspecteur was Hof Den Bosch van oordeel, dat het ging om loon, omdat de werkgever recht had op terugbetaling van eventueel teveel betaalde premies. De werkgever had dat recht overgedragen aan zijn werknemers, zodat er een voordeel was uit de dienstbetrekking. Dat voordeel vormde geen vervanging van gederfde of te derven inkomsten en was daarom progressief belast.