Termijn voor aanslag wordt niet verlengd met ongevraagd uitstel
Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen moet iemand aangifte doen binnen de door de inspecteur gestelde termijn. Deze termijn om aangifte te doen bedraagt tenminste één maand. De inspecteur kan de termijn verlengen. Uitstel om aangifte te doen kan niet ongevraagd of tegen de zin van de belastingplichtige worden verleend. De inspecteur heeft tot drie jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan de bevoegdheid om een aanslag vast te stellen. De driejaarstermijn wordt verlengd met de duur van het uitstel voor het doen van aangifte. Wanneer de inspecteur uitstel verleent voor het doen van aangifte met een langere periode dan waarom is gevraagd heeft dit niet tot gevolg dat de driejaarstermijn ook met de duur van dit ongevraagde uitstel wordt verlengd. In een geval waarin de belastingplichtige om drie maanden uitstel had gevraagd en waarin de inspecteur zes maanden uitstel had verleend, was de termijn voor het vaststellen van de aanslag op grond van deze benadering al verstreken. De inspecteur meende dat de driejaarstermijn met het verleende uitstel mocht worden verlengd. De rechtbank vernietigde de opgelegde aanslag.
Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen moet iemand aangifte doen binnen de door de inspecteur gestelde termijn. Deze termijn om aangifte te doen bedraagt tenminste één maand. De inspecteur kan de termijn verlengen. Uitstel om aangifte te doen kan niet ongevraagd of tegen de zin van de belastingplichtige worden verleend. De inspecteur heeft tot drie jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan de bevoegdheid om een aanslag vast te stellen. De driejaarstermijn wordt verlengd met de duur van het uitstel voor het doen van aangifte. Wanneer de inspecteur uitstel verleent voor het doen van aangifte met een langere periode dan waarom is gevraagd heeft dit niet tot gevolg dat de driejaarstermijn ook met de duur van dit ongevraagde uitstel wordt verlengd. In een geval waarin de belastingplichtige om drie maanden uitstel had gevraagd en waarin de inspecteur zes maanden uitstel had verleend, was de termijn voor het vaststellen van de aanslag op grond van deze benadering al verstreken. De inspecteur meende dat de driejaarstermijn met het verleende uitstel mocht worden verlengd. De rechtbank vernietigde de opgelegde aanslag.