Terecht toepassing laag tarief op peepshow
Voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen geldt het lage btw-tarief van 6%. Onder muziek- en toneeluitvoeringen vallen ook opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets en culturele evenementen. Volgens Hof Amsterdam moeten deze begrippen ruim worden opgevat. Aan het culturele karakter of het culturele niveau van een voorstelling worden geen eisen gesteld. Ook de Zesde EG-richtlijn gaat uit van culturele evenementen in brede zin, waaronder evenementen op het gebied van ontspanning en vermaak. Het Hof was van oordeel dat ook op het tegen betaling verlenen van toegang tot peepshows het lage tarief btw kan worden toegepast. Het Hof vond de voorstellingen vergelijkbaar met toneelvoorstellingen. In die vergelijking vond het Hof het erotische karakter van de voorstellingen niet van belang. Evenmin van belang vond het Hof dat de voorstellingen doorlopend waren en dat de tijd die bezoekers naar een voorstelling konden kijken afhankelijk was van de betaalde vergoeding. Dat sommige bezoekers de shows in een afgezonderde ruimte bekeken week wel af van wat gebruikelijk is voor het bijwonen van toneelvoorstellingen, maar was niet doorslaggevend voor een ander oordeel. Het culturele niveau van een voorstelling is geen voorwaarde voor de toepassing van het lage tarief, aangezien de omschrijving in de Zesde EG-richtlijn culturele evenementen in de (meest) brede zin van het woord omvat. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof met zijn oordeel geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen. Overigens heeft deze uitspraak geen belang voor de toekomst omdat de toepassing van het lage tarief op peepshows sinds 1 januari 2008 door het Belastingplan 2008 expliciet is uitgesloten.
Voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen geldt het lage btw-tarief van 6%. Onder muziek- en toneeluitvoeringen vallen ook opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets en culturele evenementen. Volgens Hof Amsterdam moeten deze begrippen ruim worden opgevat. Aan het culturele karakter of het culturele niveau van een voorstelling worden geen eisen gesteld. Ook de Zesde EG-richtlijn gaat uit van culturele evenementen in brede zin, waaronder evenementen op het gebied van ontspanning en vermaak. Het Hof was van oordeel dat ook op het tegen betaling verlenen van toegang tot peepshows het lage tarief btw kan worden toegepast. Het Hof vond de voorstellingen vergelijkbaar met toneelvoorstellingen. In die vergelijking vond het Hof het erotische karakter van de voorstellingen niet van belang. Evenmin van belang vond het Hof dat de voorstellingen doorlopend waren en dat de tijd die bezoekers naar een voorstelling konden kijken afhankelijk was van de betaalde vergoeding. Dat sommige bezoekers de shows in een afgezonderde ruimte bekeken week wel af van wat gebruikelijk is voor het bijwonen van toneelvoorstellingen, maar was niet doorslaggevend voor een ander oordeel. Het culturele niveau van een voorstelling is geen voorwaarde voor de toepassing van het lage tarief, aangezien de omschrijving in de Zesde EG-richtlijn culturele evenementen in de (meest) brede zin van het woord omvat. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof met zijn oordeel geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen. Overigens heeft deze uitspraak geen belang voor de toekomst omdat de toepassing van het lage tarief op peepshows sinds 1 januari 2008 door het Belastingplan 2008 expliciet is uitgesloten.