Terecht boete voor onjuiste toepassing afdrachtvermindering

Als stimuleringsmaatregel heeft de wetgever diverse afdrachtverminderingen voor de loonheffing ingevoerd en gedeeltelijk weer afgeschaft. Een van de afdrachtverminderingen had betrekking op het in dienst nemen van langdurig werklozen. Er gold een maximumbedrag per werknemer per kalenderjaar. Voor parttimers moest dit maximum met behulp van de deeltijdfactor worden herrekend. De volledige arbeidsduur werd gesteld op 36 uren per week. Een werkgever die gebruik maakte van deze regeling “vergat” deze herrekening toe te passen, hoewel al zijn werknemers die voor de afdrachtvermindering in aanmerking kwamen in deeltijd werkten. Dat leidde tot het opleggen van een naheffingsaanslag en een boete. De inspecteur hield bij de vaststelling van de naheffingsaanslag rekening met een geschat bedrag aan de afdrachtvermindering langdurig werklozen van ƒ 30.000. In de bezwaarfase maakte de inspecteur aan de hand van de salarisadministratie van belanghebbende een nauwkeurige berekening. Daaruit bleek dat de belanghebbende slechts recht had op een afdrachtvermindering van ƒ 25.463. Hof Arnhem volgde daarom het standpunt van de inspecteur dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog was. Verder was het Hof van oordeel dat de werkgever, die op grote schaal van de afdrachtverminderingen gebruik maakte, zich had moeten verdiepen in deze regeling. Door dat niet te doen, maar in plaats daarvan alle daarop betrekking hebbende bescheiden ongelezen door te sturen naar zijn adviseur was er voldoende aanleiding voor het opleggen van een boete.
Als stimuleringsmaatregel heeft de wetgever diverse afdrachtverminderingen voor de loonheffing ingevoerd en gedeeltelijk weer afgeschaft. Een van de afdrachtverminderingen had betrekking op het in dienst nemen van langdurig werklozen. Er gold een maximumbedrag per werknemer per kalenderjaar. Voor parttimers moest dit maximum met behulp van de deeltijdfactor worden herrekend. De volledige arbeidsduur werd gesteld op 36 uren per week.
Een werkgever die gebruik maakte van deze regeling “vergat” deze herrekening toe te passen, hoewel al zijn werknemers die voor de afdrachtvermindering in aanmerking kwamen in deeltijd werkten. Dat leidde tot het opleggen van een naheffingsaanslag en een boete. De inspecteur hield bij de vaststelling van de naheffingsaanslag rekening met een geschat bedrag aan de afdrachtvermindering langdurig werklozen van ƒ 30.000. In de bezwaarfase maakte de inspecteur aan de hand van de salarisadministratie van belanghebbende een nauwkeurige berekening. Daaruit bleek dat de belanghebbende slechts recht had op een afdrachtvermindering van ƒ 25.463.
Hof Arnhem volgde daarom het standpunt van de inspecteur dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog was.
Verder was het Hof van oordeel dat de werkgever, die op grote schaal van de afdrachtverminderingen gebruik maakte, zich had moeten verdiepen in deze regeling. Door dat niet te doen, maar in plaats daarvan alle daarop betrekking hebbende bescheiden ongelezen door te sturen naar zijn adviseur was er voldoende aanleiding voor het opleggen van een boete.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u