
De per 1 januari 2001 ingevoerde terbeschikkingstellingsregeling is een onderdeel van de belastingwetgeving dat aanleiding is voor vele procedures. De terbeschikkingstellingsregeling heeft betrekking op vermogensbestanddelen van een belastingplichtige, die door een andere belastingplichtige mogen worden gebruikt voor diens onderneming. Er moet wel een bepaalde band bestaan tussen beide belastingplichtigen. Het gaat namelijk om verbonden personen. Daaronder vallen fiscale partners. Binnen een ruimere kring van personen kan de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing zijn als het gaat om een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling.
Een moeder verstrekte een lening aan haar meerderjarige zoon ten behoeve van zijn onderneming. Er bestond een geschil van opvatting over de toepasselijkheid van de terbeschikkingstellingsregeling. In de relatie ouder - meerderjarig kind moet het gaan om een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling. In dit geval lag dat anders, omdat moeder en zoon een gezamenlijke huishouding voerden en hadden gekozen voor fiscaal partnerschap. De zoon was daardoor een met de moeder verbonden persoon geworden. De maatschappelijke ongebruikelijkheid is dan niet relevant. De terbeschikkingstellingsregeling is dan zondermeer van toepassing.