Tenaamstelling aanslagen was juist
In een procedure was de juistheid van de tenaamstelling van een naheffingsaanslag in geschil. De belastingdienst had aan een ondernemer over het tijdvak van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1997 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De ondernemer handelde voor eigen rekening in melkquota en dreef daarnaast in maatschapsverband een veehouderij. Aanvankelijk had hij de omzetbelasting die op de maatschap betrekking had op zijn naam en omzetbelastingnummer aangegeven. Vanaf 1998 deed de maatschap zelf aangifte voor de omzetbelasting.De naheffingsaanslag had betrekking op de omzetbelasting over de verkoop van melkquota, die niet was aangegeven. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de tenaamstelling van de naheffingsaanslag juist was. De handel in melkquota was geen activiteit van de maatschap, aangezien de ondernemer zich op eigen naam had laten registreren bij het Productschap Zuivel en de betalingen uit die handel steeds aan hem werden gedaan. De naheffingsaanslag bleef in stand. Over de hoogte van de naheffingsaanslag had de ondernemer niet geklaagd. De Hoge Raad heeft het oordeel van Hof Leeuwarden bevestigd.
In een procedure was de juistheid van de tenaamstelling van een naheffingsaanslag in geschil. De belastingdienst had aan een ondernemer over het tijdvak van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1997 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De ondernemer handelde voor eigen rekening in melkquota en dreef daarnaast in maatschapsverband een veehouderij. Aanvankelijk had hij de omzetbelasting die op de maatschap betrekking had op zijn naam en omzetbelastingnummer aangegeven. Vanaf 1998 deed de maatschap zelf aangifte voor de omzetbelasting.De naheffingsaanslag had betrekking op de omzetbelasting over de verkoop van melkquota, die niet was aangegeven. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de tenaamstelling van de naheffingsaanslag juist was. De handel in melkquota was geen activiteit van de maatschap, aangezien de ondernemer zich op eigen naam had laten registreren bij het Productschap Zuivel en de betalingen uit die handel steeds aan hem werden gedaan. De naheffingsaanslag bleef in stand. Over de hoogte van de naheffingsaanslag had de ondernemer niet geklaagd. De Hoge Raad heeft het oordeel van Hof Leeuwarden bevestigd.