Ten onrechte BTW berekend bij doorstart failliet bedrijf
De overgang van een algemeenheid van goederen is geen levering voor toepassing van de omzetbelasting. Dat betekent dat er bij een dergelijke transactie geen omzetbelasting berekend kan worden. Wat een algemeenheid van goederen is heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uiteengezet in het arrest Zita Modes. Iedere overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend valt onder dit begrip. De koper moet wel de bedoeling hebben om de overgedragen handelszaak of het bedrijfsonderdeel te exploiteren en niet om de activiteit onmiddellijk te liquideren.
De vraag is vaak of zich een overgang van een algemeenheid van goederen voordoet of dat er een levering van goederen plaatsvindt.
Bij de doorstart van een gefailleerde winkelketen werd de onderneming van de keten in delen overgedragen aan verschillende vennootschappen, die onderdeel waren van hetzelfde concern als de failliete vennootschappen. De voorraden werden los van de overige zaken van de winkelketen verkocht aan een van de kopende vennootschappen. Korte tijd later vormden de kopers een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Het Hof vond van belang dat ten tijde van de transacties tussen de kopende vennootschappen en de aandeelhouder van de failliete vennootschappen in formele zin nog geen fiscale eenheid bestond, maar dat die er in wezen al was.
De voorraden waren met berekening van omzetbelasting overgedragen. De in rekening gebrachte omzetbelasting werd door de verkoper niet afgedragen. Het Hof was van oordeel dat er sprake was van samenhangende transacties, dat de bestemming van de overgedragen zaken en voorraden (gebruik in de onderneming) niet was gewijzigd en dat de transacties bedoeld waren om de zaken over te dragen als een geheel met behoud van de onderlinge samenhang. Er was met andere woorden sprake van een overgang van een algemeenheid van goederen, ook al was een gedeelte van de overgedragen zaken op een ander tijdstip overgegaan en waren bij de overdracht van de voorraad andere partijen betrokken dan bij de overdracht van de andere tot de algemeenheid van goederen behorende zaken. De verbondenheid tussen de kopende vennootschappen maakte mogelijk dat de voorraad voor verkoop in de overgebleven filialen beschikbaar was. Dat betekende dat ten onrechte omzetbelasting was berekend, die niet was na te heffen bij de curator. Daarom werd de aftrek van voorbelasting gecorrigeerd bij de afnemer.
De overgang van een algemeenheid van goederen is geen levering voor toepassing van de omzetbelasting. Dat betekent dat er bij een dergelijke transactie geen omzetbelasting berekend kan worden. Wat een algemeenheid van goederen is heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uiteengezet in het arrest Zita Modes. Iedere overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend valt onder dit begrip. De koper moet wel de bedoeling hebben om de overgedragen handelszaak of het bedrijfsonderdeel te exploiteren en niet om de activiteit onmiddellijk te liquideren.
De vraag is vaak of zich een overgang van een algemeenheid van goederen voordoet of dat er een levering van goederen plaatsvindt.
Bij de doorstart van een gefailleerde winkelketen werd de onderneming van de keten in delen overgedragen aan verschillende vennootschappen, die onderdeel waren van hetzelfde concern als de failliete vennootschappen. De voorraden werden los van de overige zaken van de winkelketen verkocht aan een van de kopende vennootschappen. Korte tijd later vormden de kopers een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Het Hof vond van belang dat ten tijde van de transacties tussen de kopende vennootschappen en de aandeelhouder van de failliete vennootschappen in formele zin nog geen fiscale eenheid bestond, maar dat die er in wezen al was.
De voorraden waren met berekening van omzetbelasting overgedragen. De in rekening gebrachte omzetbelasting werd door de verkoper niet afgedragen. Het Hof was van oordeel dat er sprake was van samenhangende transacties, dat de bestemming van de overgedragen zaken en voorraden (gebruik in de onderneming) niet was gewijzigd en dat de transacties bedoeld waren om de zaken over te dragen als een geheel met behoud van de onderlinge samenhang. Er was met andere woorden sprake van een overgang van een algemeenheid van goederen, ook al was een gedeelte van de overgedragen zaken op een ander tijdstip overgegaan en waren bij de overdracht van de voorraad andere partijen betrokken dan bij de overdracht van de andere tot de algemeenheid van goederen behorende zaken. De verbondenheid tussen de kopende vennootschappen maakte mogelijk dat de voorraad voor verkoop in de overgebleven filialen beschikbaar was. Dat betekende dat ten onrechte omzetbelasting was berekend, die niet was na te heffen bij de curator. Daarom werd de aftrek van voorbelasting gecorrigeerd bij de afnemer.