Telt periode van langdurige ziekte mee bij evenredigheidsmethode?
Nederland heeft het recht om loon- en inkomstenbelasting te heffen over het inkomen uit arbeid die in Nederland wordt verricht door mensen die niet in Nederland wonen. Op grond van verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing geldt er meestal een beperking in de bevoegdheid om belasting te heffen.
Een inwoner van het Verenigd Koninkrijk werd in 2002 door zijn werkgever voor vier dagen per week gedetacheerd naar een gelieerd in Nederland gevestigd bedrijf. Een groot deel van het jaar was hij ziek. Pas in 2003 hervatte hij zijn werk. Het Nederlandse bedrijf betaalde tijdens de ziekte het salaris volledig en voor eigen rekening door. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2005 overwogen, dat het aan de werkstaat toe te rekenen loon gelijk is aan het jaarloon, vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller het aantal gewerkte dagen in de werkstaat is en de noemer het aantal kalenderdagen van het jaar, verminderd met de weekeinden, de overeengekomen vakantiedagen en de feestdagen waarop niet hoeft te worden gewerkt. Ziektedagen waarop normaliter in de werkstaat zou zijn gewerkt tellen mee als in die staat gewerkte dagen. De vraag was of op dit oordeel een uitzondering moet worden gemaakt voor langdurige ziekte.
De Hoge Raad maakte in dit arrest geen verschil tussen kortstondige en langdurige ziekte. Het gaat er slechts om waar iemand als hij niet ziek was geweest volgens de arbeidsovereenkomst zou hebben gewerkt.
Naar het oordeel van Hof Den Bosch zou de belanghebbende in deze procedure als hij niet ziek was geweest vier dagen per week in Nederland hebben gewerkt. Dat hield in dat de inspecteur het tijdens de ziekte genoten loon terecht in de Nederlandse belastingheffing had betrokken.
Nederland heeft het recht om loon- en inkomstenbelasting te heffen over het inkomen uit arbeid die in Nederland wordt verricht door mensen die niet in Nederland wonen. Op grond van verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing geldt er meestal een beperking in de bevoegdheid om belasting te heffen.
Een inwoner van het Verenigd Koninkrijk werd in 2002 door zijn werkgever voor vier dagen per week gedetacheerd naar een gelieerd in Nederland gevestigd bedrijf. Een groot deel van het jaar was hij ziek. Pas in 2003 hervatte hij zijn werk. Het Nederlandse bedrijf betaalde tijdens de ziekte het salaris volledig en voor eigen rekening door. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2005 overwogen, dat het aan de werkstaat toe te rekenen loon gelijk is aan het jaarloon, vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller het aantal gewerkte dagen in de werkstaat is en de noemer het aantal kalenderdagen van het jaar, verminderd met de weekeinden, de overeengekomen vakantiedagen en de feestdagen waarop niet hoeft te worden gewerkt. Ziektedagen waarop normaliter in de werkstaat zou zijn gewerkt tellen mee als in die staat gewerkte dagen. De vraag was of op dit oordeel een uitzondering moet worden gemaakt voor langdurige ziekte.
De Hoge Raad maakte in dit arrest geen verschil tussen kortstondige en langdurige ziekte. Het gaat er slechts om waar iemand als hij niet ziek was geweest volgens de arbeidsovereenkomst zou hebben gewerkt.
Naar het oordeel van Hof Den Bosch zou de belanghebbende in deze procedure als hij niet ziek was geweest vier dagen per week in Nederland hebben gewerkt. Dat hield in dat de inspecteur het tijdens de ziekte genoten loon terecht in de Nederlandse belastingheffing had betrokken.