Tegenprestatie bestond mede uit overname deel hypotheekschuld
Iemand kocht de onverdeelde helft in een onroerende zaak. De tegenprestatie bestond uit betaling van een bedrag van € 90.756 en overname van het aandeel van de verkoper in de hypothecaire schuld. Dit aandeel bedroeg op het moment van de levering circa € 90.000. De totale tegenprestatie waarover volgens de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer tenminste de overdrachtsbelasting moest worden berekend bedroeg € 180.756. Er was aangifte voor de overdrachtsbelasting gedaan door de notaris uitgaande van het bedrag van de betaling. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op met als grondslag de helft van de waarde van de onroerende zaak. Volgens de rechtbank bedroeg de waarde van de onroerende zaak ten tijde van de levering € 385.713. De rechtbank was van oordeel dat de grondslag voor de naheffingsaanslag door de inspecteur juist was vastgesteld. Tegelijk met de naheffingsaanslag had de inspecteur een boete opgelegd, omdat het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende te wijten was dat de verschuldigde belasting niet was betaald. De notaris behoorde over de kennis te beschikken van de heffing van overdrachtsbelasting bij transacties in onroerende zaken. Volgens de rechtbank kan een notaris ernstige nalatigheid worden verweten wanneer hij een akte passeert waarbij te weinig overdrachtsbelasting wordt afgedragen. Deze nalatigheid moet aan de belanghebbende worden toegerekend. De boete was bij de uitspraak op het bezwaar verminderd tot € 1.500. De rechtbank vond in dit geval een boete van € 1.000 passend, omdat de inspecteur slechts summier en niet geheel duidelijk had aangegeven waarom hij de gedraging van de belanghebbende beboetbaar achtte.
Iemand kocht de onverdeelde helft in een onroerende zaak. De tegenprestatie bestond uit betaling van een bedrag van € 90.756 en overname van het aandeel van de verkoper in de hypothecaire schuld. Dit aandeel bedroeg op het moment van de levering circa € 90.000. De totale tegenprestatie waarover volgens de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer tenminste de overdrachtsbelasting moest worden berekend bedroeg € 180.756. Er was aangifte voor de overdrachtsbelasting gedaan door de notaris uitgaande van het bedrag van de betaling. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op met als grondslag de helft van de waarde van de onroerende zaak. Volgens de rechtbank bedroeg de waarde van de onroerende zaak ten tijde van de levering € 385.713. De rechtbank was van oordeel dat de grondslag voor de naheffingsaanslag door de inspecteur juist was vastgesteld. Tegelijk met de naheffingsaanslag had de inspecteur een boete opgelegd, omdat het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende te wijten was dat de verschuldigde belasting niet was betaald. De notaris behoorde over de kennis te beschikken van de heffing van overdrachtsbelasting bij transacties in onroerende zaken. Volgens de rechtbank kan een notaris ernstige nalatigheid worden verweten wanneer hij een akte passeert waarbij te weinig overdrachtsbelasting wordt afgedragen. Deze nalatigheid moet aan de belanghebbende worden toegerekend. De boete was bij de uitspraak op het bezwaar verminderd tot € 1.500. De rechtbank vond in dit geval een boete van € 1.000 passend, omdat de inspecteur slechts summier en niet geheel duidelijk had aangegeven waarom hij de gedraging van de belanghebbende beboetbaar achtte.