Tegenbewijs waardepeildatum wetsfictiegemeente
Bij de invoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) in 1997 hanteerde een aantal gemeenten voor het eerste WOZ-tijdvak als waardepeildatum niet 1 januari 1995 maar een andere datum. Deze gemeenten maakten gebruik van taxaties voor de Onroerende Zaak Belasting (OZB) met een afwijkende peildatum. De WOZ stelde bij wijze van fictie de waarde op wettelijke peildatum gelijk aan de waarde op de afwijkende peildatum plus een bepaalde correctiefactor. Als inwoners van deze gemeenten aannemelijk konden maken dat de waarde van hun pand volgens de WOZ-methodiek op 1 januari 1995 lager was dan de waarde op de afwijkende peildatum, gold de waarde per 1 januari 1995.
In een procedure stelde Hof Den Haag vast dat de eigenaar van een onroerende zaak aannemelijk had gemaakt dat de waarde op 1 januari 1995 lager was dan de door de gemeente vastgestelde waarde op 1 januari 1992. Het Hof stelde de waarde daarom vast naar de waardepeildatum 1 januari 1995. De gemeente ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Volgens de gemeente had het Hof de tegenbewijsregeling te ruim opgevat. De enige voorwaarde die de wet stelt is dat aannemelijk wordt gemaakt dat toepassing van de normale regeling tot een lagere waarde zou leiden. Omdat de eigenaar een lagere waarde aannemelijk had gemaakt, stelde het Hof de waarde terecht vast naar de waardepeildatum 1 januari 1995.
Bij de invoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) in 1997 hanteerde een aantal gemeenten voor het eerste WOZ-tijdvak als waardepeildatum niet 1 januari 1995 maar een andere datum. Deze gemeenten maakten gebruik van taxaties voor de Onroerende Zaak Belasting (OZB) met een afwijkende peildatum. De WOZ stelde bij wijze van fictie de waarde op wettelijke peildatum gelijk aan de waarde op de afwijkende peildatum plus een bepaalde correctiefactor. Als inwoners van deze gemeenten aannemelijk konden maken dat de waarde van hun pand volgens de WOZ-methodiek op 1 januari 1995 lager was dan de waarde op de afwijkende peildatum, gold de waarde per 1 januari 1995.
In een procedure stelde Hof Den Haag vast dat de eigenaar van een onroerende zaak aannemelijk had gemaakt dat de waarde op 1 januari 1995 lager was dan de door de gemeente vastgestelde waarde op 1 januari 1992. Het Hof stelde de waarde daarom vast naar de waardepeildatum 1 januari 1995. De gemeente ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Volgens de gemeente had het Hof de tegenbewijsregeling te ruim opgevat. De enige voorwaarde die de wet stelt is dat aannemelijk wordt gemaakt dat toepassing van de normale regeling tot een lagere waarde zou leiden. Omdat de eigenaar een lagere waarde aannemelijk had gemaakt, stelde het Hof de waarde terecht vast naar de waardepeildatum 1 januari 1995.