Te late reactie na bekend worden met opgelegde aanslag leidde tot niet-ontvankelijkheid
Aan een NV werd een aanslag vennootschapsbelasting 1995 opgelegd met dagtekening 31 december 1999. Op 4 september 2000 diende de NV een bezwaarschrift in tegen deze aanslag. Dat was ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken. Vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn verklaarde de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk. De NV ging tegen de uitspraak op het bezwaar in beroep bij het gerechtshof in Amsterdam. De NV stelde zich op het standpunt dat zij niet eerder bezwaar het kunnen indienen tegen de aanslag omdat zij het aanslagbiljet niet had ontvangen. Volgens het Hof was het mogelijk dat de NV de aanslag niet had ontvangen. Het risico van niet-ontvangst ten gevolge van het zoekraken of een verkeerde verzending of bezorging lag bij de inspecteur. De inspecteur had dat kunnen voorkomen door de aanslag aangetekend of met ontvangstbevestiging te versturen. De NV had volgens het Hof nadat zij op de hoogte was geraakt van het feit dat de aanslag was opgelegd, binnen een redelijke termijn een pro forma bezwaar in moeten dienen, maar had dat niet gedaan. Uiterlijk op 19 mei 2000, de dag waarop de ontvanger een dwangbevel tot betaling van de aanslag betekende aan de NV, was de NV op de hoogte geraakt van het feit dat de aanslag was opgelegd. Naar het oordeel van het Hof had de inspecteur de BV terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Aan een NV werd een aanslag vennootschapsbelasting 1995 opgelegd met dagtekening 31 december 1999. Op 4 september 2000 diende de NV een bezwaarschrift in tegen deze aanslag. Dat was ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken. Vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn verklaarde de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk. De NV ging tegen de uitspraak op het bezwaar in beroep bij het gerechtshof in Amsterdam. De NV stelde zich op het standpunt dat zij niet eerder bezwaar het kunnen indienen tegen de aanslag omdat zij het aanslagbiljet niet had ontvangen. Volgens het Hof was het mogelijk dat de NV de aanslag niet had ontvangen. Het risico van niet-ontvangst ten gevolge van het zoekraken of een verkeerde verzending of bezorging lag bij de inspecteur. De inspecteur had dat kunnen voorkomen door de aanslag aangetekend of met ontvangstbevestiging te versturen. De NV had volgens het Hof nadat zij op de hoogte was geraakt van het feit dat de aanslag was opgelegd, binnen een redelijke termijn een pro forma bezwaar in moeten dienen, maar had dat niet gedaan. Uiterlijk op 19 mei 2000, de dag waarop de ontvanger een dwangbevel tot betaling van de aanslag betekende aan de NV, was de NV op de hoogte geraakt van het feit dat de aanslag was opgelegd. Naar het oordeel van het Hof had de inspecteur de BV terecht niet-ontvankelijk verklaard.