Te laat gedaan verzoek om teruggaaf niet ontvankelijk
De omzetbelasting die een ondernemer op facturen in rekening brengt moet hij in zijn aangifte omzetbelasting verwerken over het tijdvak waarin de prestaties worden verricht. Betaling aan de belastingdienst moet gelijktijdig plaatsvinden. Als de afnemer de omzetbelasting niet betaalt kan de ondernemer die de omzetbelasting in rekening heeft gebracht een verzoek om teruggaaf doen bij de belastingdienst. Dat verzoek om teruggaaf moet gelijk met de aangifte over het tijdvak waarop het recht op teruggaaf is ontstaan worden ingediend.
De inspecteur weigerde een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting op in 1991 uitgereikte facturen. Op dat moment hield de ondernemer al rekening met de mogelijkheid van surséance van betaling van de afnemer op korte termijn. Volgens Hof Den Bosch wist de ondernemer mogelijk al op dat moment, maar zeker op het moment waarop de afnemer failliet verklaard werd, dat de facturen niet betaald zouden worden. Het faillissement werd uitgesproken in januari 1992. Het verzoek om teruggaaf had dus moeten worden gedaan bij de aangifte over november 1991 of bij de aangifte over januari 1992. Het verzoek werd pas in het jaar 2000 ingediend. Dat was te laat, aldus het Hof. Het Hof verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.
De omzetbelasting die een ondernemer op facturen in rekening brengt moet hij in zijn aangifte omzetbelasting verwerken over het tijdvak waarin de prestaties worden verricht. Betaling aan de belastingdienst moet gelijktijdig plaatsvinden. Als de afnemer de omzetbelasting niet betaalt kan de ondernemer die de omzetbelasting in rekening heeft gebracht een verzoek om teruggaaf doen bij de belastingdienst. Dat verzoek om teruggaaf moet gelijk met de aangifte over het tijdvak waarop het recht op teruggaaf is ontstaan worden ingediend.
De inspecteur weigerde een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting op in 1991 uitgereikte facturen. Op dat moment hield de ondernemer al rekening met de mogelijkheid van surséance van betaling van de afnemer op korte termijn. Volgens Hof Den Bosch wist de ondernemer mogelijk al op dat moment, maar zeker op het moment waarop de afnemer failliet verklaard werd, dat de facturen niet betaald zouden worden. Het faillissement werd uitgesproken in januari 1992. Het verzoek om teruggaaf had dus moeten worden gedaan bij de aangifte over november 1991 of bij de aangifte over januari 1992. Het verzoek werd pas in het jaar 2000 ingediend. Dat was te laat, aldus het Hof. Het Hof verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.