Symbolische of reële vergoedingen?

Ondernemers die met omzetbelasting belaste prestaties verrichten hebben recht op aftrek van de omzetbelasting die andere ondernemers in rekening brengen in verband met deze belaste prestaties. Een vennootschap die alleen als houdster van de aandelen in een andere vennootschap optreedt, is geen ondernemer. Een vennootschap verrichtte sturende en beleidsbepalende activiteiten voor een dochtervennootschap en werkzaamheden voor een vennootschap onder firma waarin de dochtervennootschap participeerde. De werkzaamheden voor de VOF bestonden uit het verlenen tegen vergoeding van telefonische support en adviezen. De vennootschap bracht de VOF daarvoor in het vierde kwartaal van 1997 een bedrag van f 1.000 in rekening. In de aangifte over het vierde kwartaal 1997 bracht de vennootschap f 40.733 aan omzetbelasting in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek van voorbelasting. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur. Volgens het Hof verrichtte de vennootschap geen economische activiteiten, omdat de daarvoor ontvangen vergoeding slechts symbolisch was. De omstandigheid dat een prestatie wordt verricht tegen een vergoeding, die lager is dan de kostprijs, is volgens het Hof van Justitie EG onvoldoende om de vergoeding als symbolisch aan te merken. Het Hof baseerde zijn oordeel over de economische activiteiten op het verschil tussen de kosten van alle verrichte activiteiten en de voor bepaalde prestaties van de VOF ontvangen vergoeding. Het Hof had moeten onderzoeken welke prestaties de vennootschap tegen vergoeding verrichtte en met betrekking tot deze prestaties moeten beoordelen of sprake was van vrijgevigheid.
Ondernemers die met omzetbelasting belaste prestaties verrichten hebben recht op aftrek van de omzetbelasting die andere ondernemers in rekening brengen in verband met deze belaste prestaties. Een vennootschap die alleen als houdster van de aandelen in een andere vennootschap optreedt, is geen ondernemer.
Een vennootschap verrichtte sturende en beleidsbepalende activiteiten voor een dochtervennootschap en werkzaamheden voor een vennootschap onder firma waarin de dochtervennootschap participeerde. De werkzaamheden voor de VOF bestonden uit het verlenen tegen vergoeding van telefonische support en adviezen. De vennootschap bracht de VOF daarvoor in het vierde kwartaal van 1997 een bedrag van f 1.000 in rekening. In de aangifte over het vierde kwartaal 1997 bracht de vennootschap f 40.733 aan omzetbelasting in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek van voorbelasting. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur. Volgens het Hof verrichtte de vennootschap geen economische activiteiten, omdat de daarvoor ontvangen vergoeding slechts symbolisch was.
De omstandigheid dat een prestatie wordt verricht tegen een vergoeding, die lager is dan de kostprijs, is volgens het Hof van Justitie EG onvoldoende om de vergoeding als symbolisch aan te merken. Het Hof baseerde zijn oordeel over de economische activiteiten op het verschil tussen de kosten van alle verrichte activiteiten en de voor bepaalde prestaties van de VOF ontvangen vergoeding. Het Hof had moeten onderzoeken welke prestaties de vennootschap tegen vergoeding verrichtte en met betrekking tot deze prestaties moeten beoordelen of sprake was van vrijgevigheid.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u