
Ondernemers zijn verplicht om de omzetbelasting die zij verschuldigd zijn binnen één maand na het einde van het belastingtijdvak op aangifte te voldoen en aan de ontvanger te betalen. Tegen de voldoening op aangifte kan bezwaar worden gemaakt. Wanneer de voor aftrek in aanmerking komende belasting de in het tijdvak verschuldigd geworden belasting overschrijdt wordt het verschil op verzoek van de ondernemer door de inspecteur terugbetaald. Een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting moet bij de aangifte geschieden. De inspecteur beslist op dit verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Wanneer na afloop van een jaar blijkt dat in de loop van het jaar te weinig omzetbelasting is afgedragen wordt dat vaak gecorrigeerd door het indienen van een suppletieaangifte.
Een ondernemer had in zijn aangifte omzetbelasting om teruggaaf van de omzetbelasting verzocht. De inspecteur had op dit verzoek gereageerd bij beschikking. Vervolgens diende de ondernemer een suppletieaangifte in. Naar het oordeel van de rechtbank Breda moest de suppletieaangifte worden aangemerkt als een tegen de aangifte gemaakt bezwaar. Omdat het bezwaar te laat was ingediend, was het niet ontvankelijk.