
Opleidingskosten van een zelfstandige ondernemer komen ofwel ten laste van de winst of zijn aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. Het onderscheid is gelegen in het bestaan van een niet aftrekbaar drempelbedrag van € 500 voor persoonsgebonden aftrek wegens studie. De kosten van een studie komen ten laste van de winst uit onderneming als de studie wordt gevolgd om het zelfstandige beroep op het bestaande niveau en in de bestaande omvang te kunnen blijven uitoefenen. Worden de met de studie vergaarde kennis en vaardigheden benut voor nieuwe activiteiten of voor het verkrijgen van een nieuwe klantenkring, dan behoren de kosten tot de persoonsgebonden aftrek.
In het geval van een zelfstandige communicatieadviseur vond de rechtbank aannemelijk dat de gevolgde studie was bedoeld om een nieuwe klantenkring te kunnen verkrijgen. De communicatieadviseur had zelf aangevoerd dat zij met het diploma van de studie op zak opdrachten kon verkrijgen die anders buiten bereik waren gebleven. Omdat de studie niet tot de winst uit onderneming behoorde, telden de aan de studie bestede uren niet mee voor het urencriterium van 1.225 uren. Gevolg was dat de communicatieadviseur niet voldeed aan het urencriterium en dus geen recht had op zelfstandigenaftrek. In hoger beroep handhaafde Hof Den Haag het oordeel van de rechtbank.