Studiekosten aftrekbaar omdat betere vervulling dienstbetrekking doel was
In zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2002 bracht iemand scholingsuitgaven van zijn echtgenote in aftrek. Het ging om een bedrag van € 2.815 aan scholingsuitgaven waarvan na vermindering met de drempel van € 500 een bedrag van € 2.315 in aftrek werd gebracht. De inspecteur accepteerde de aftrek wegens scholingsuitgaven niet. De echtgenote had een opleiding neurolinguistisch programmeren gevolgd, nadat haar leidinggevende haar had aangeraden om iets aan haar communicatieve vaardigheden te doen. Het was de bedoeling dat de studie zou helpen haar functioneren in haar betrekking te verbeteren. De inspecteur was van mening dat de echtgenote de studie volgde ter zelfontplooiïng. Hof Amsterdam was van oordeel dat de echtgenote aan de opleiding was begonnen om haar dienstbetrekking beter te kunnen vervullen. Gezien de omschrijving van de gevolgde opleiding mocht de echtgenote verwachten dat het volgen van deze opleiding een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking zou bevorderen. Daarom waren de kosten aftrekbaar als scholingsuitgaven. Niet van belang voor de aftrekbaarheid in dit jaar was dat de echtgenote in latere jaren de opleiding en een vervolg daarop heeft gevolgd om mogelijk met de verworven vaardigheden een eigen onderneming te beginnen.
In zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2002 bracht iemand scholingsuitgaven van zijn echtgenote in aftrek. Het ging om een bedrag van € 2.815 aan scholingsuitgaven waarvan na vermindering met de drempel van € 500 een bedrag van € 2.315 in aftrek werd gebracht. De inspecteur accepteerde de aftrek wegens scholingsuitgaven niet. De echtgenote had een opleiding neurolinguistisch programmeren gevolgd, nadat haar leidinggevende haar had aangeraden om iets aan haar communicatieve vaardigheden te doen. Het was de bedoeling dat de studie zou helpen haar functioneren in haar betrekking te verbeteren. De inspecteur was van mening dat de echtgenote de studie volgde ter zelfontplooiïng. Hof Amsterdam was van oordeel dat de echtgenote aan de opleiding was begonnen om haar dienstbetrekking beter te kunnen vervullen. Gezien de omschrijving van de gevolgde opleiding mocht de echtgenote verwachten dat het volgen van deze opleiding een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking zou bevorderen. Daarom waren de kosten aftrekbaar als scholingsuitgaven. Niet van belang voor de aftrekbaarheid in dit jaar was dat de echtgenote in latere jaren de opleiding en een vervolg daarop heeft gevolgd om mogelijk met de verworven vaardigheden een eigen onderneming te beginnen.