Studiebudget is niet bepalend voor aftrek kosten levensonderhoud studerend kind
Het zogenoemde studiebudget, ontleend aan de Wet studiefinanciering 2000, is volgens de Hoge Raad niet zonder meer maatgevend voor het bedrag dat een student nodig heeft om een redelijk bestaan te kunnen voeren. Met dat oordeel heeft de Hoge Raad een uitspraak van Hof Leeuwarden bevestigd. Het Hof was van mening, dat het door de vader van de student als bijdrage in diens levensonderhoud in aftrek gebrachte bedrag niet bovenmatig was. Daarmee heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat dat bedrag niet hoger is dan dat wat nodig is om de zoon in staat te stellen tot een redelijk bestaan overeenkomstig diens plaats in de samenleving.
Het zogenoemde studiebudget, ontleend aan de Wet studiefinanciering 2000, is volgens de Hoge Raad niet zonder meer maatgevend voor het bedrag dat een student nodig heeft om een redelijk bestaan te kunnen voeren. Met dat oordeel heeft de Hoge Raad een uitspraak van Hof Leeuwarden bevestigd. Het Hof was van mening, dat het door de vader van de student als bijdrage in diens levensonderhoud in aftrek gebrachte bedrag niet bovenmatig was. Daarmee heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat dat bedrag niet hoger is dan dat wat nodig is om de zoon in staat te stellen tot een redelijk bestaan overeenkomstig diens plaats in de samenleving.