
Een handelaar in woningen kocht woningen op openbare veilingen. Een deel van zijn omzet bestond uit strijkgelden. Strijkgeld is de premie voor de hoogste bieder in de eerste fase van een veiling. Het strijkgeld bedraagt meestal 1% van de inzet en wordt door de verkoper betaald. De handelaar werkte op veilingen samen met anderen om een woning tegen een zo laag mogelijke prijs te verkrijgen. Het daarbij ontvangen strijkgeld werd gedeeld met degenen met wie op de veiling werd samengewerkt. De handelaar droeg geen omzetbelasting af over de door hem ontvangen strijkgelden. Hij was van mening dat hij niet voor zichzelf optrad op de veilingen maar namens het samenwerkingsverband waarvan hij op dat moment deel uitmaakte. Volgens de belastingdienst had het samenwerkingsverband alleen interne werking en trad de handelaar voor zichzelf op.
De rechtbank Arnhem was van oordeel dat het bieden op veilingen zodanig met de aan- en verkoop van de woningen was verweven dat deze activiteit in het kader van de onderneming werd verricht. Er was sprake van een prestatie jegens de verkoper van de woning waarvoor het strijkgeld de vergoeding vormde. De prestatie van de handelaar bestond uit stimuleren van het bieden en het daardoor verhogen van de door verkoper te behalen opbrengst. De ontvangen strijkgelden waren belast met omzetbelasting.